Als een gemeente overgaat tot handhaving, door middel van het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, stelt zij de overtreder daarvan in kennis, meestal met een schrijven dat een voornemen tot handhaving omvat. Tegen het voornemen tot handhaving kan dan een zienswijze worden ingediend, in het algemeen binnen twee weken nadien. Dat biedt gemeente en overtreder de gelegenheid om alsnog belangen af te wegen of tot de conclusie te komen dat de overtreding kan worden gelegaliseerd. Als de zienswijze niet leidt tot de conclusie dat de gemeente behoort af te zien van handhaving heeft de gemeente als bestuursorgaan de keuze uit verschillende middelen. Meestal zal de gemeente een besluit nemen waarin een aanschrijving tot handhaven is opgenomen, met het bevel om de overtreding ongedaan te maken binnen een zekere termijn, de begunstigingsperiode, waarna dwangsommen per dag of dwangsommen ineens worden verbeurd. Die dwangsom is de prikkel om de overtreding ongedaan te maken. Er is sprake van een besluit, waartegen de aangeschrevene bezwaar kan maken en ook een voorlopige voorziening kan vragen bij de bestuursrechter. In overleg met de gemeente kan soms de begunstigingstermijn worden verlengd tot zes weken na de bezwaarschriftprocedure.

Naast het opleggen van een dwangsom kan de gemeente de overtreding ongedaan maken middels bestuursdwang. In dat geval zal de gemeente zelf optreden om de overtreding ongedaan te maken en de kosten van dat optreden verhalen op de overtreder. Daarbij moet worden gedacht aan het daadwerkelijk de toegang belemmeren tot een pand om zo een strijdig gebruik van dat pand te voorkomen en te verhinderen. De gemeente zal dan de toegang blokkeren met fysieke middelen. Soms moet er direct door een gemeente worden opgetreden en wordt er ook daadwerkelijk direct bestuursdwang uitgeoefend, zonder dat er gelegenheid bestaat om een zienswijze in te dienen of het aanwenden van rechtsmaatregelen tegen het besluit af te wachten. Te denken valt daarbij aan het blokkeren van de openbare weg.