Het antwoord op deze vraag is te vinden in de Wet op de ruimtelijke ordening. Als bijvoorbeeld een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld en het planologische regime wijzigt, kan dit nadelig zijn voor de eigenaar van een onroerende zaak. Althans, de waarde van de onroerende zaak kan daardoor verminderen. Of deze waardevermindering voor vergoeding in aanmerking komt, hangt van tal van factoren af. Het is in ieder geval belangrijk om tijdig een verzoek tot vergoeding van planschade in te dienen. Dus binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De aanvraag moet bovendien aan een aantal minimumeisen voldoen. Veel gemeenten hanteren trouwens formulieren die vaak via de site zijn te downloaden. In verband met de behandeling van een planschadeverzoek heft de gemeente zogeheten leges. Op grond van de wet gaat het om € 300,--, maar de gemeenteraad mag dit verhogen tot maximaal € 500,--. In de praktijk is er vaak discussie over het normale maatschappelijk risico. Moet de schade voor rekening van de aanvrager blijven? De wet kent een forfait (ook wel drempel) van 2 procent. Als de waardevermindering minder dan 2 procent is dan moet de aanvrager de schade zelf dragen. Deze drempel geldt overigens weer niet als de wijziging van het bestemmingsplan de onroerende zaak van de aanvrager betreft.