Voor het ontslag van een ambtenaar behoeft niet van tevoren toestemming te worden gevraagd aan het UWV of aan de kantonrechter. Als de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren in werking is getreden (verwacht wordt 1 januari 2017), zal dat wel zo zijn. Wel heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven dat het niet aan het UWV zal zijn om politieke besluitvorming te toetsen als die leidt tot het vervallen van arbeidsplaatsen. Het UWV zal dan alleen mogen toetsen of het ontslag van de individuele medewerker, dat daarvan het gevolg is, in overeenstemming is met de geldende regels. Zolang het burgerlijk wetboek nog niet van toepassing is op ambtenaren, geldt de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat de ambtenaar eerst bezwaar maakt. De bezwaarprocedure heeft als doel een heroverweging door het bestuursorgaan. Meestal wordt het bezwaar behandeld door een bezwaaradviescommissie. Deze commissie neemt geen beslissing, maar adviseert de werkgever. Naar aanleiding van het advies van de commissie, beslist het bestuursorgaan over het bezwaarschrift. Als het bezwaar ongegrond is, dan kan de ambtenaar de beslissing op bezwaar aan de bestuursrechter voorleggen in een beroepsprocedure. Als er sprake is van een spoedeisend belang, kan de ambtenaar die al bezwaar of beroep heeft ingesteld, aan de bestuursrechter een voorlopige voorziening vragen. Als u bijvoorbeeld bent ontslagen, maar u wilt wel weer aan het werk, dan moet u naast het indienen van bezwaar ook een voorlopige voorziening aanhangig maken. Alleen het indienen van het bezwaar beïnvloedt immers het besluit niet omdat het bezwaar geen schorsende werking geeft.