Blog

Ongunstige huwelijkse voorwaarden of ongunstige uitleg?

Ongunstige huwelijkse voorwaarden of ongunstige uitleg?

20-09-2022

Het gebeurt regelmatig dat een cliënt voor het eerst bij mij aan tafel schuift en zegt: De huwelijkse voorwaarden hebben we nooit nageleefd, volgens mij is er nu een gemeenschap van goederen ontstaan. Onbewust glimlach ik dan. Juridisch zit het zo niet in elkaar. Huwelijkse voorwaarden hebben compleet andere rechtsgevolgen dan een gemeenschap van goederen en zijn niet zomaar van de baan. Maar wat als een rechtbank deze stelsels toch met elkaar laat ‘vermengen’?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Ongunstige huwelijkse voorwaarden of ongunstige uitleg?

Het gebeurt regelmatig dat een cliënt voor het eerst bij mij aan tafel schuift en zegt: De huwelijkse voorwaarden hebben we nooit nageleefd, volgens mij is er nu een gemeenschap van goederen ontstaan. Onbewust glimlach ik dan. Juridisch zit het zo niet in elkaar. Huwelijkse voorwaarden hebben compleet andere rechtsgevolgen dan een gemeenschap van goederen en zijn niet zomaar van de baan. Maar wat als een rechtbank deze stelsels toch met elkaar laat ‘vermengen’?

De casus

De (vereenvoudigde) casus[1] is als volgt: man en vrouw zijn in 1998 getrouwd na het maken van huwelijkse voorwaarden inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen (behalve ten aanzien van de inboedel)[2]. Voorafgaand aan het huwelijk was de vrouw al eigenaar van een woning geworden. Daarvoor was zij een hypothecaire geldlening aangegaan. Gedurende het huwelijk, zo rond het jaar 2001, wordt die lening een aantal keren verhoogd met een totaalbedrag van afgerond € 65.000,--. De man en vrouw lijken daarvoor steeds samen te hebben getekend. De vrouw stelt dat de man dit geleende bedrag  – kennelijk ten behoeve van zichzelf – heeft uitgegeven. In het jaar 2007 wordt de woning verkocht en wordt een nieuwe (gezamenlijke) woning aangekocht. De verkoopopbrengst van de eerste woning van de vrouw ad afgerond € 63.000,-- wordt op een rekening van de man gestort. Van daaruit wordt het uitgegeven aan consumptieve bestedingen van partijen, althans dat stelt de man. Wat de vrouw daarover nu exact wordt voor mij als lezen niet helemaar duidelijk. In ieder geval wordt niet gesteld dat de opbrengst in de tweede (gezamenlijke) woning van partijen is geïnvesteerd.

Vergoedingsvordering?

In de echtscheidingsprocedure vordert de vrouw een bedrag van € 65.000 + € 63.000 van de man terug. Zij beroept zich daarbij op een vergoedingsvordering. Voor een vergoedingsvordering moet je stellen en ook kunnen aantonen dat jouw privévermogen is geïnvesteerd in het privévermogen van de ander, ofwel omdat er een goed van de ander mee is betaald, danwel omdat er een schuld van de ander mee is afgelost (art. 1:87 BW). De simpele stelling dat de ander het geld heeft verkregen op zijn bankrekening en vervolgens heeft uitgegeven, is overigens niet altijd voldoende, tenzij de huwelijkse voorwaarden hier een regeling voor geven (uit de casus blijkt niet van het bestaan van een regeling).

Consumptief verbruik

De man verweert zich tegen deze vordering en stelt dat partijen er gezamenlijk van hebben geleefd. Kennelijk heeft de man dat ook voldoende kunnen aantonen. De rechtbank overweegt namelijk dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat partijen het geld hebben uitgegeven alsof het van hen gezamenlijk was.

Juridische gevolg zou dan dus moeten zijn dat de vergoedingsvordering van de vrouw niet slaagt; het geld is consumptief besteed en op grond waarvan zou haar dan een vergoedingsvordering toekomen? Zij heeft dan toch immers niet geïnvesteerd in het vermogen van de man?

Pseudo-gemeenschap

Wat de rechtbank vervolgens beslist, wekt de nodige verbazing. De rechtbank vervolgt zijn uiteenzetting namelijk door te stellen dat om die reden (uitgeven alsof het geld van hen gezamenlijk is) tussen partijen, ondanks hun huwelijkse voorwaarden waarin de gemeenschap van goederen uitdrukkelijk is uitgesloten, toch een pseudo gemeenschap is ontstaan. Dus niet een goederenrechtelijke gemeenschap, maar een verbintenisrechtelijke (ofwel: tussen partijen overeengekomen) gemeenschap. Dat is wel heel bijzonder. Een rechtbank kan mijns inziens niet in weerwil van de huwelijkse voorwaarden – die bepalen dat er juist geen gemeenschap is – doen alsof er toch een gemeenschap bestaat, nog los van het feit dat ik de motivering mis op grond waarvan deze afspraak tussen partijen zou hebben te gelden. De Hoge Raad is al veel eerder duidelijk geweest over het feit dat afwijkend gedrag de huwelijkse voorwaarden niet buiten spel kan zetten.[3]

De vervolguitleg van de rechtbank dat de voldane consumptieve bestedingen zijn aan te merken als het voldoen van gemeenschapsschulden is om die reden voor mij onnavolgvaar. Juist in het geval van dit soort huwelijkse voorwaarden kunnen er nooit gemeenschapsschulden ontstaan. De conclusie dat de vrouw om die reden een vordering heeft op de pseudo-gemeenschap van ½ van (€ 65.000 + € 63.000) is mijns inziens dan ook niet juist.

Voorlichting

Een dergelijke uitspraak laat zien dat huwelijkse voorwaarden niet gelijk zijn aan een gemeenschap van goederen en dat professionals hier attent op moeten zijn. Het is begrijpelijk dat cliënten met opmerkingen binnenkomen zoals genoemd in de inleiding van deze blog. Want hoe kan ik een cliënt nu nog uitleggen dat een gemeenschap van goederen niet hetzelfde is als (niet nagekomen) huwelijkse voorwaarden als de gevolgen uiteindelijk gelijk lijken te zijn?

Kern van dit verhaal: laat je bij een echtscheiding goed voorlichten over de vermogensrechtelijke gevolgen, ongeacht of er nu sprake is van huwelijkse voorwaarden of een gemeenschap van goederen.

Vragen over dit onderwerp? Neem contact met me op! 

 

 

[1] Rechtbank Rotterdam 13-05-2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6661

[2] Er is ook een niet nagekomen periodiek verrekenbeding, maar die is voor deze verkorte casus niet van belang

[3] Hoge Raad 18 juni 2004, nr. C03/021HR, ECLI:NL:HR:2004:AO7004

 

 
Mr. M.J. (Mirte)
van Lingen
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
vanLingen@rensenadvocaten.nl
Meer over Mirte