Blog

Het wettelijk bewijsvermoeden voor de (ver)koop van levende dieren bij consumentenkoop blijft zes maanden [Consumentenrecht] [Hippisch recht]

Het wettelijk bewijsvermoeden voor de (ver)koop van levende dieren bij consumentenkoop blijft zes maanden [Consumentenrecht] [Hippisch recht]

28-04-2022

Ten gevolge van de nieuwe Europese consumentenrichtlijn Verkoop goederen (2019/771) wordt het wettelijk bewijsvermoeden bij consumentenkoop verlengd van zes naar twaalf maanden. De lidstaten hebben, in tegenstelling tot de vorige richtlijn, de mogelijkheid om levende dieren uit te sluiten van het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn. Deze uitzonderingsclausule is een groot discussiepunt geweest in de politiek. In eerste instantie maakte Nederland in haar wetsvoorstel geen gebruik van de uitzonderingclausule. De VVD, CDA en SGP stelden in de Eerste Kamer een motie in, waarbij de regering werd verzocht om het wettelijk bewijsvermoeden voor de (ver)koop van levende dieren te handhaven op zes maanden. Op 19 april 2022 is de motie bij stemming aangenomen. Dit mede dankzij een sterke lobby vanuit de sector, in het bijzonder de hippische sector. De minister gaat een spoedprocedure starten bij de Raad van State. Het streven is om het wetsvoorstel nog voor de zomer te hebben gerepareerd.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Inleiding

Heugelijk nieuws voor de verkopers van dieren aan consumenten: het wettelijk bewijsvermoeden blijft gehandhaafd op zes maanden. Vanwege de nieuwe Europese richtlijn Verkoop goederen wordt het wettelijk bewijsvermoeden bij consumentenkoop namelijk verlengd van zes naar twaalf maanden. De richtlijn gaf echter ook de mogelijkheid om levende dieren uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn. Mede ten gevolge van een sterke lobby vanuit de dierensector, grotendeels vanuit de paardensector, is een motie over het handhaven van de zes-maandentermijn in de Eerste Kamer op 19 april 2022 aangenomen.

Achtergrond
Een consument-koper geniet in de huidige wetgeving, mede dankzij Europese invloeden, extra bescherming bij de aankoop van roerende zaken bij een professionele verkoper. Eén van die beschermingsbepalingen is het wettelijk bewijsvermoeden bij non-conformiteit van de zaak. Uit dit artikel volgt: ’Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.’ Ten gevolge van de nieuwe Europese richtlijn Verkoop goederen wordt het bewijsvermoeden voor consumentenovereenkomsten met betrekking tot de aankoop van zaken verlengd van zes naar twaalf maanden. Daarnaast hebben de lidstaten, in tegenstelling tot de vorige richtlijn, de mogelijkheid om levende dieren geheel uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn. 

Levend dier vs. levenloos goed

De vraag rijst of een wettelijk bewijsvermoeden van twaalf maanden wel geschikt is bij de (ver)koop van levende dieren. Kan de (ver)koop van een auto of een stofzuiger op dezelfde wijze worden behandeld als die van een paard of een hond? Een levend dier is onderhevig aan voortdurende veranderingen en kan veel meer soorten ‘gebreken’ krijgen dan een levenloos goed. Vooral (bij verkopers) in de paardensector heeft deze termijn-verlenging de nodige stof doen opwaaien. Het paard kan verkeerd worden bereden en/of behandeld waardoor het gedragsproblemen krijgt. Daarnaast kan een paard uitglijden in het weiland en/of op de poetsplaats. Dierenartsen zijn regelmatig niet in staat om te beoordelen wanneer een gebrek is ontstaan. Is het dan wel reëel dat een verkoper gedurende één jaar nog het (bewijs)risico draagt voor deze talloze mogelijke gebeurtenissen? Daarnaast zijn de termen ‘herstel’ en ‘vervanging’ bij een gebrek van een dier ook vaak niet op zijn plaats. Een gebrek kan bij een dier namelijk niet altijd worden genezen en/of hersteld en vervanging is vaak ook niet op zijn plaats vanwege de emotionele waarde die een consument aan een dier hecht. De verkoper van een dier heeft dus minder mogelijkheden bij non-conformiteit.

Implementatie richtlijn in nationale wetgeving

De uitzonderingsclausule in de nieuwe richtlijn voor de (ver)koop van levende dieren heeft in de politiek tijdens de implementatie van het wetsvoorstel tot de nodige discussies geleid. Ook in andere EU-lidstaten is er veel over gedebatteerd. In het conceptwetsvoorstel maakte het kabinet vooralsnog geen gebruik van de mogelijkheid om levende dieren uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn. Verschillende fracties in zowel de Eerste als de Tweede Kamer spraken hun onvrede hierover uit. In de Tweede Kamer is een amendement ingediend door VVD om het wettelijk bewijsvermoeden op zes maanden te houden. Het zag er naar uit dat dit amendement zou worden aangenomen. Geheel onverwachts haalde het amendement het bij de stemming net niet. Vervolgens is er in de Eerste Kamer door de VVD, CDA en SGP een motie ingediend met dezelfde strekking. Deze motie is op 19 april 2022 met een meerderheid van de stemmen aangenomen. Dit mede dankzij een sterke lobby vanuit de sector, in het bijzonder de hippische sector. De minister heeft toegezegd een spoedprocedure starten bij de Raad van State. Het streven is om het wetsvoorstel nog voor de zomer te hebben gerepareerd.

Nederland is niet de enige lidstaat die gebruik maakt van de uitzonderingsclausule die de richtlijn biedt. Duitsland en Denemarken handhaven ook de zes-maanden termijn. België heeft er ook voor gekozen om dieren uit te sluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn. Nadere regels zullen nog worden uitgewerkt. Denemarken gaat nog een stapje verder door de (ver)koop van paarden als geheel van de richtlijn uit te sluiten. Zeker op het gebied van de paardensector is gelijksteling met grote paardenlanden zoals Duitsland en Denemarken van belang voor het level playing field.

Voor meer informatie over en verdieping van dit onderwerp, in het bijzonder op het gebied van paarden, verwijs ik naar mijn masterscriptie d.d. 1 juli 2021: https://scripties.uba.uva.nl/search?id=c5043665

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Maxime Wijnschenk via wijnschenk@rensenadvocaten.nl of bel 085-0499535.

 
Mr. M.W. (Maxime)
Wijnschenk – Juridisch medewerker
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
wijnschenk@rensenadvocaten.nl
Meer over Maxime