Blog

NIEUWSUPDATE ARBEIDSRECHT RENSEN ADVOCATEN.

NIEUWSUPDATE ARBEIDSRECHT RENSEN ADVOCATEN

13-04-2021

Een werknemer neemt ontslag, krijgt spijt en treedt vervolgens opnieuw bij zijn werkgever in dienst. Moet deze werkgever de eerdere dienstjaren dan meetellen bij de berekening van de transitievergoeding? En wat betekent dit voor andere oude rechten?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Transitievergoeding volgens de wet 

Als een werkgever het initiatief neemt voor ontslag, is hij volgens de wet aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd. Deze bedraagt, kort gezegd, een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst worden arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen samengeteld zolang er een tussenpoos van ten hoogste zes maanden tussen zat. Dit geldt overigens ook wanneer sprake is van verschillende, opvolgende werkgevers voor dezelfde arbeid. 

De casus

In een recente uitspraak van de kantonrechter Utrecht had de werknemer zijn arbeidsovereenkomst in juli 2019 opgezegd, omdat hij ergens anders wilde gaan werken. Na enkele weken vroeg hij zijn werkgever of hij terug in dienst mocht treden. De werkgever stemde hiermee in en bood met ingang van oktober 2019 opnieuw een arbeidsovereenkomst aan. Dit contract gold, evenals de vorige, voor onbepaalde tijd. Onlangs verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter zou dit toewijzen op de i-grond, waarbij 1,5 keer de transitievergoeding betaald zou moeten worden. De vraag die vervolgens speelde, was of het eerdere dienstverband (over de periode 2016 tot 2019) meegeteld moest worden bij de berekening van de transitievergoeding. 

De uitspraak

Volgens de wet zou dit moeten worden meegeteld. Dit valt alleen bij cao uit te sluiten, dus in een contract andere afspraken maken heeft ook geen zin.  Maar, oordeelt de kantonrechter: meerekenen van de eerdere dienstjaren nadat de werknemer eerst zelf heeft opgezegd, lijkt niet in lijn te zijn met de bedoeling van de wetgever. Die bedoeling is dat werkgevers eerder, met minder belemmeringen, contracten voor onbepaalde tijd aangaan. Als de eerdere dienstjaren worden meegeteld, zou de werkgever hier in feite gestraft worden voor het opnieuw aanbieden van een contract aan deze werknemer. Om die reden telt de kantonrechter de eerdere dienstjaren niet mee bij de berekening van de transitievergoeding.

Analyse: meer onzekerheid voor de praktijk

In dit geval ging het om ongeveer twee maandsalarissen. In de praktijk kan het om een veel groter bedrag gaan.
In de uitspraak levert de rechter maatwerk en de uitkomst lijkt terecht. Het nadeel is dat van een duidelijk criterium uit wet wordt afgeweken, waardoor het (toch al nodeloos ingewikkelde) arbeidsrecht voor de praktijk nog grilliger wordt. Want -ter indicatie- eventuele rechten uit een eerder dienstverband spelen niet alleen een rol als het gaat om de transitievergoeding, maar ook als het gaat om de berekening van de wettelijke opzegtermijn, of de anciënniteit (bij afspiegeling in geval van bedrijfseconomisch ontslag). Ieder vraagstuk kent een eigen criterium, dat niet per se aansluit op de overige vraagstukken.
De tussenpoos van ten hoogste zes maanden speelt ook een rol bij de vraag of het nieuwe contract voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd moest gelden (de zogenaamde "Ragetlie-regel"). Met deze uitspraak is niet langer duidelijk of in deze andere gevallen ook van de wettelijke hoofdregel afgeweken moet worden wanneer een werknemer zelf het eerdere contract heeft opgezegd en verzoekt om terugkeer. Kortom, we houden u op de hoogte! 

Bij vragen over ontslagrecht neem contact op met Esther den Haan of Beatrijs Dijkstra van Rensen advocaten 072-5155544. 

 
Mr. E.A.TH. (Esther)
Den Haan-van Wijk
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
denHaan-vanWijk@rensenadvocaten.nl
Meer over Esther