Blog

Een vast of een tijdelijk arbeidscontract?

Een vast of een tijdelijk arbeidscontract?

02-02-2021

Wie moet bewijzen dat de arbeidsovereenkomst voor 7 maanden is afgesproken als er geen duidelijke einddatum in het contract staat?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

 

 

Onduidelijkheid over bepaalde of onbepaalde tijd

De blog van vorige week ging over de situatie dat er geen mondelinge en geen schriftelijke arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen omdat er geen overeenstemming is bereikt over alle essentialia van de arbeidsovereenkomst. Deze blog gaat over een onduidelijke arbeidsovereenkomst.

Wie moet bewijzen wat er is afgesproken?

Een hoofdregel in het procesrecht is: wie stelt bewijst. Dat betekent dat degene die zich beroept op feiten die tot een bepaald rechtsgevolg leiden, die feiten bij gemotiveerde betwisting door de wederpartij moet bewijzen.

Geen duidelijke einddatum

In een zaak bij het Hof Arnhem-Leeuwarden, was het geschil tussen de werknemer en de werkgever of er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was afgesproken. Er was in dit geval wel een schriftelijke overeenkomst getekend waar op stond: “arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” maar er stond geen einddatum in. De werkgever deed eind februari de aanzegging dat de overeenkomst per 31 maart afloopt. De werknemer is het daar niet mee eens. De lezingen over de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst verschillen nogal. De werknemer zegt dat er is onderhandeld over het salaris en dat er om aan hem tegemoet te komen een vast contract is aangeboden. De werkgever zegt dat er alleen is onderhandeld over salaris maar dat de contractduur nooit ter discussie heeft gestaan. De werkgever heeft schriftelijke getuigenverklaringen laten zien en heeft ook aangetoond dat het hogere, bij bepaalde tijd horende, WW-tarief wordt betaald. De kantonrechter had de werknemer een bewijsopdracht gegeven. In hoger beroep bij het Hof was alleen aan de orde of de bewijslast terecht bij de werknemer was gelegd.

Informatieplicht werkgever leidt niet tot een andere bewijslastverdeling

De werknemer wijst op artikel 7:655 BW waarin een informatieplicht voor de werkgever is vermeld. Daarin staat onder meer dat als de overeenkomst voor bepaalde tijd is gesloten, de werkgever de werknemer moet informeren over de duur van de overeenkomst. Het Hof oordeelt ook dat de bewijslast, dat er een vast contract is gesloten, bij de werknemer ligt. De werknemer beroept zich immers op feiten die tot dat rechtsgevolg leiden. Het is niet zo dat die bewijslast vanwege de informatieplicht van artikel 7:655 BW altijd naar de werkgever verschuift. Als er géén informatie is verstrekt door de werkgever en er een geschil ontstaat over de inhoud van de arbeidsovereenkomst, kan er volgens de wetgeschiedenis wel aanleiding zijn om de werkgever te belasten met de bewijslast. Maar dat hangt af van de aannemelijkheid van de stellingen van partijen. Die aannemelijkheid blijkt uit wat partijen concreet hebben aangevoerd. In dit geval had de kantonrechter terecht de bewijslast bij de werknemer gelegd omdat de lezing van de werkgever het meest aannemelijk was.

Behoefte aan een duidelijk model “arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd”? Zend een mail aan info@rensenadvocaten.nl

 

 
Mr. B. M. (Beatrijs)
Dijkstra
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Dijkstra@rensenadvocaten.nl
Meer over Beatrijs