Blog

Nieuwsupdate Arbeidsrecht Rensen Advocaten

Nieuwsupdate Arbeidsrecht Rensen Advocaten

21-12-2020

De statutair bestuurder heeft in het arbeidsrecht een bijzondere positie. Als u daarover meer wilt weten, kunt u de blog van Esther den Haan- van Wijk nog eens lezen. Als de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen in werking treedt met ingang van 1 juli 2021 gaat de positie van de stichtingsbestuurder meer lijken op die van de andere statutair bestuurders.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

NIEUWSUPDATE ARBEIDSRECHT RENSEN ADVOCATEN


De statutair bestuurder heeft in het arbeidsrecht een bijzondere positie. Als u daarover meer wilt weten, kunt u de blog van Esther den Haan- van Wijk nog eens lezen. Als de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen in werking treedt met ingang van 1 juli 2021 gaat de positie van de stichtingsbestuurder meer lijken op die van de andere statutair bestuurders. 

In deze update beschrijven we twee recente uitspraken kan kantonrechters over het ontslag van een statutair bestuurder. In beide zaken speelde ook de maximering van de vergoeding volgens de Wet Normering Topinkomens (WNT) een rol. 

De zieke statutair bestuurder van een NV

Toch inhoudelijke ontslagprocedure, ondanks positie statutair bestuurder
De statutair bestuurder van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland N.V. functioneerde volgens de Raad van Commissarissen onvoldoende en werd op de aandeelhoudersvergadering van 13 februari 2020 ontslagen. Normaal betekent dit dat een bestuurder van een NV dan ook arbeidsrechtelijk ontslagen is. Dat volgt uit de "15-april"-arresten van de Hoge Raad (link ECLI:NL:HR:2005:AS2030 ). Met het vennootschapsrechtelijke ontslag is in principe het arbeidsrechtelijke ontslag gegeven. Een uitzondering daarop is als de werknemer arbeidsongeschikt is. Dat was hier zo. De werkgever verzoekt vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter ontbindt vanwege een verstoorde arbeidsrelatie (de g-grond). De relatie tussen de bestuurder enerzijds en de Provincie en de RvC anderzijds was al lange tijd niet goed.  De kantonrechter vindt ook dat er vanwege de bijzondere positie van de statutair bestuurder geen verbetertraject of mediationtraject hoeft te worden gevolgd. Ook een herplaatsing is vanwege het gebrek aan draagvlak niet aan de orde.

Toch ruime contractuele 'vergoeding', ondanks WNT
Deze statutair bestuurder had bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een contractuele opzegtermijn van twaalf maanden afgesproken. In de ontbindingsprocedure stelde de werkgever dat deze opzegtermijn moest worden gezien als een contractuele afvloeiingsregeling en daarom op grond van de WNT nietig was, of in ieder geval beperkt moest worden tot het maximum van € 75.000,-. Het ontbinden op die lange termijn zou immers betekenen dat de werknemer al die tijd zonder te werken betaald in dienst zou blijven. Volgens de WNT wordt doorbetaling tijdens inactiviteit ook gezien als een beëindigingsvergoeding en die is in de WNT gemaximeerd tot €75.000.-. De enige uitzondering is wanneer de werkgever de non-activiteit eenzijdig heeft opgelegd, de topfunctionaris uitdrukkelijk en aantoonbaar niet met de non-activiteit heeft ingestemd en de periode van non-activiteit niet langer duurt dan noodzakelijk voor partijen om afspraken te maken en besluiten te nemen over de beëindiging, dan wel voortzetting van het dienstverband. Hierbij wordt een periode van drie maanden (die eenmaal, gemotiveerd, met drie maanden kan worden verlengd) in het algemeen als voldoende beschouwd voor partijen om uit een impasse te komen. De rechtbank is in principe niet aan de WNT gebonden, maar houdt er wel vaak rekening mee ("reflexwerking").  De kantonrechter gaat er in deze zaak soepel mee om en staat die lange opzegtermijn van 12 maanden toch toe.

De stichtingsbestuurder 

Onvoldoende draagvlak leidt tot ontslag op g-grond
Dit ging om een zaak bij de kantonrechter in Gouda. De bestuurder was sinds 2004 in dienst als directeur van een zorginstelling en was in 2008 tot statutair bestuurder benoemd. Vanaf 2019 was de Raad van Toezicht niet meer tevreden over de bestuurder. De bedrijfsarts stelde vast dat er sprake was van een arbeidsconflict en adviseerde een mediationtraject. Dit mediationtraject had geen positieve uitkomst. De Raad van Toezicht besluit om de bestuurder te ontslaan aan vraagt daarover advies aan de ondernemingsraad en de cliëntenraad. Die adviseren positief. Daarna wordt de bestuurder door de RvT uit zijn functie als bestuurder ontslagen conform de statuten. Met betrekking tot de bestuurder van een BV en een NV is in de wet bepaald dat die géén herstel van de arbeidsovereenkomst kan vorderen en dat er geen preventieve ontslagtoets geldt. Vanaf 1 juli 2021 geldt dat ook voor de stichtingsbestuurder die door de Raad van Toezicht is ontslagen. Nu is de rechtspositie van de stichtingsbestuurder nog vergelijkbaar met die van een 'gewone' werknemer en geldt er een preventieve ontslagtoets. De Raad van Toezicht dient dus ook een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter. De kantonrechter ontbindt op basis van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond).  In het algemeen lijkt het feit dat een bestuurder niet langer het vertrouwen geniet van de Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen tot een toewijzing van de ontbinding op de g-grond te leiden. 

Bestuurder vordert zowel TV als contractuele vergoeding: volgens WNT dan maximaal €75.000,-
De bestuurder verzocht om toekenning van de transitievergoeding van € 61.184,26, een eventuele aanvullende vergoeding van € 30.591 (als er zou worden ontbonden op de i-grond), een billijkvergoeding van € 364.687,50, althans € 171.650,-. Het bedrag van € 364.687,50 bruto was gebaseerd op de arbeidsovereenkomst waarin hij een contractuele vergoeding was afgesproken. Bij de inwerkingtreding van de WWZ is er een overgangsregel ingevoerd die inhoudt dat een werknemer die recht heeft op een contractuele vergoeding, daarvan afstand moet doen als hij recht wil hebben op een transitievergoeding. Deze bestuurder had geen afstand gedaan, dus had geen recht op de transitievergoeding. Op zijn contractuele vergoeding was de WNT van toepassing. De contractuele vergoeding werd daarom 'afgetopt op € 75.000,-. Op zich is de kantonrechter bij het toekennen van een vergoeding niet gebonden aan de normering van de WNT. De transitievergoeding was hier echter niet van toepassing omdat er geen afstand was gedaan van de contractuele vergoeding en de kantonrechter overwoog dat er geen billijke vergoeding werd toegekend omdat er door de werkgever niet ernstig verwijtbaar was gehandeld.

Heeft u vragen? Neem contact op met Esther den Haan-Van Wijk of Beatrijs Dijkstra. 

Wij verzenden periodiek korte nieuwsupdates over arbeidsrechtelijke kwesties. Wilt u deze niet ontvangen, of weet u anderen die u hiervoor wilt aanmelden, stuur dan een reply aan dit adres: info@rensenadvocaten.nl.
 

 
Mr. B. M. (Beatrijs)
Dijkstra
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Dijkstra@rensenadvocaten.nl
Meer over Beatrijs