Blog

De aandeelhoudersovereenkomst en zijn werking binnen een B.V. [Arbeidsrecht]

De aandeelhoudersovereenkomst en zijn werking binnen een B.V. [Arbeidsrecht]

16-04-2019

Wie aandelen heeft in een B.V. doet er goed aan de onderlinge afspraken met de andere aandeelhouders vast te leggen in een aandeelhoudersovereenkomst. Denk hierbij aan afspraken over stemrecht, belangenverstrengeling, good leaver/bad leaver, waardebepaling bij verkoop, etc.. Dit is vooral belangrijk om te waarborgen dat de minderheidsaandeelhouder niet teveel overruled kan worden. Soms zijn bepalingen in aandeelhoudersovereenkomsten in strijd met notulen of de wet. Mag je de ander dan aan deze afspraken houden? Hoe verhoudt de aandeelhoudersovereenkomst zich tot de andere regels die op een B.V. van toepassing zijn?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

aandeelhoudersovereenkomst

Regels binnen de B.V.: wet, statuten, aandeelhoudersovereenkomst, bestuursreglement, managementovereenkomst en arbeidsovereenkomst

Een B.V. is een rechtspersoon die zijn bestaansrecht in de eerste plaats dankt aan de wet. Boek 2 van het burgerlijk wetboek is grotendeels ingericht met wetten die regelen hoe een vennootschap of rechtspersoon moet worden opgericht, bestuurd en vereffend.  Een B.V. ontstaat door een oprichtingsakte van een notaris. De notaris stelt daarbij statuten op, die gelden als een openbaar basisreglement voor de B.V.. Statuten kunnen na een aandeelhoudersbesluit alleen via een notariële akte worden gewijzigd.  

Aandelen zijn vorderingsrechten van (rechts)personen die in de B.V. hebben geïnvesteerd.  In aandeelhoudersovereenkomsten is de B.V. zelf geen partij.

Tenslotte kent een B.V. een bestuur dat de wettelijke taak heeft om de belangen van de B.V. te behartigen. De relatie tussen de B.V. en de (statutair) bestuurder(s) wordt vaak vastgelegd en verder uitgewerkt in een bestuursreglement en een managementovereenkomst of arbeidsovereenkomst.

Hoe verhoudt de aandeelhoudersovereenkomst zich tot de wet en de statuten?

Het vennootschapsrecht is dwingend recht. Artikel 2:25 BW bepaalt dat het alleen is toegestaan om van de wet af te wijken in gevallen waarin de wet dat zelf toestaat. En dan alleen via de statuten. Rechtshandelingen of afspraken die in strijd zijn met de wet, zijn in principe nietig of vernietigbaar (en dus niet geldig). De wet lijkt niet te zijn ingericht op aandeelhoudersovereenkomsten. Toch blijken aandeelhoudersovereenkomsten in de praktijk nodig als aanvulling op de statuten, die openbaar, moeilijk te wijzigen en vaak algemeen van aard zijn. In aandeelhoudersovereenkomsten kunnen onderlinge afspraken tussen de aandeelhouders op detailniveau redelijk flexibel worden vastgelegd.  Aangezien persoonlijke kwaliteiten en deskundigheid niet altijd gelijk op gaan met de financiële inbreng, is het nodig en wenselijk om nadere afspraken te maken over taken en concrete financiële gevolgen.

De vraag naar de status van de aandeelhoudersovereenkomst in het vennootschapsrecht speelt al enkele decennia in de rechtspraak. Met de invoering van de Flex-B.V. hebben aandeelhouders meer speelruimte gekregen om onderlinge afspraken vast te leggen.

Hoofdregel: statuten gaan voor, tenzij in aandeelhoudersovereenkomst anders geregeld en geen onaanvaardbare benadeling van de vennootschap

De hoofdregel is dat de wet en de statuten voor gaan op de aandeelhoudersovereenkomst. Als bepalingen in de aandeelhoudersovereenkomst daarvan afwijken, zijn deze bepalingen dus niet geldig. Echter, in diverse aandeelhoudersovereenkomsten is afgesproken dat de bepalingen uit de overeenkomst juist prevaleren boven dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen en de statuten. Is het dan anders?

Ja. In de rechtspraak is geoordeeld dat je mag afspreken dat de aandeelhoudersovereenkomst voor gaat op de statuten en zelfs op dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen. In dat geval gaan deze contractuele afspraken voor, tenzij het belang van de vennootschap hierdoor, afgezet tegen het aandeelhoudersbelang in onaanvaardbare mate wordt geschaad.

Voorbeeld: verwateren zeggenschap aandeelhouders

Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een vennootschap dringend kapitaal nodig heeft en daarvoor nieuwe aandelen zou moeten uitgeven. Dit betekent dat de positie en de zeggenschap van de overige aandeelhouders zou kunnen verwateren. Niet alle aandeelhouders willen dit. In zo’n geval mag er echter geen beroep worden gedaan op een bepaling uit de aandeelhoudersovereenkomst om dit tegen te houden. Het belang van de vennootschap gaat dan voor en de aandelen mogen toch worden uitgegeven.

Kortom, er geldt contractsvrijheid tussen de aandeelhouders en zij mogen afspreken dat hun onderlinge afspraken voor gaan op andere regels, zolang het redelijk is voor de vennootschap. Dit is in lijn met artikel 2:8 BW, waar -plat gezegd- staat dat alle betrokkenen bij een B.V. zich redelijk naar elkaar moeten opstellen en dat onredelijke afspraken niet geldig zijn.

Ook bestuurders van de vennootschap hebben volgens vaste rechtspraak de verplichting om niet alleen met de vennootschap zelf, maar met alle belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken, rekening te houden en zorgvuldigheid te betrachten. Dus ook met de aandeelhouders en wat zij onderling hebben afgesproken. 

Conclusie: afspraak tussen aandeelhouders is bepalend, uitleg in belang B.V.

Wat er in welke situatie voor gaat (wet en statuten of aandeelhoudersovereenkomst), hangt dus af van wat er daarover is afgesproken en vastgelegd in de aandeelhoudersovereenkomst. Dit is in de praktijk niet altijd duidelijk. Want wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen van recent gewijzigde statuten voor een (oudere) aandeelhoudersovereenkomst? Gaat de voorrangsbepaling in de aandeelhoudersovereenkomst dan nog steeds op? Dat hangt af van hoe je de aandeelhoudersovereenkomst moet uitleggen.

De statuten zijn opgesteld door een notaris. Van een notaris mag verondersteld worden dat hij deskundig is en dat hij zaken duidelijk kan opschrijven. Daarom worden statuten veelal in de eerste plaats uitgelegd aan de hand van de letterlijke tekst, zoals bij een cao.

De aandeelhoudersovereenkomst daarentegen wordt uitgelegd aan de hand van de bedoelingen van partijen en de verwachtingen die daarbij over en weer van elkaar kenbaar waren. (de zgn: “haviltex”norm) . Daarbij wordt de uitleg van een aandeelhoudersovereenkomst voor een groot deel bepaald door het recht van de vennootschap. Omgekeerd wordt het vennootschapsbelang, zeker bij een joint venture, ook bepaald door de aard en de inhoud van een aandeelhoudersovereenkomst (Cancun-arrest https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:804&showbutton=true&keyword=ECLI%3aNL%3aHR%3a2014%3a804).

De conclusie is dat aandeelhouders, ondanks dwingendrechtelijke bepalingen en notarieel geregelde statuten, vrijheid hebben om afwijkende contractuele afspraken te maken. Deze bepalingen kunnen voor gaan, wanneer deze redelijkerwijs niet in strijd zijn met belang van de vennootschap. Ook moet deze voorrang duidelijk in de aandeelhoudersovereenkomst zijn vastgelegd. Aandeelhouders doen er dan ook goed aan om de tekst door een deskundig advocaat te laten opstellen of nakijken.

Heeft u verdere vragen over dit onderwerp? Neem vrijblijvend contact op met Rensen advocaten, mr. Esther den Haan-Van Wijk. 

 
Mr. E.A.TH. (Esther)
Den Haan-van Wijk
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
denHaan-vanWijk@rensenadvocaten.nl
Meer over Esther