Blog

Turbo liquideren, hoe doe je dat? [ondernemingsrecht, insolventierecht, faillissementsrecht]

Turbo liquideren, hoe doe je dat? [ondernemingsrecht, insolventierecht, faillissementsrecht]

12-03-2019

Wil je als bestuurder van je (lege) B.V. af? Denk dan aan de mogelijkheid om via een turboliquidatie de vennootschap te ontbinden. Een omstreden, maar legale maatregel. Veel makkelijker dan de normale vereffening of het aanvragen van het faillissement. Maar let op! Het kan niet in alle gevallen.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Turbo liquideren, hoe doe je dat

Besluit AVA tot ontbinding bij schulden

De B.V. van Kees heeft alleen maar schulden. De bedrijfsactiviteiten zijn al enige tijd geleden gestaakt. Kees is Directeur Groot Aandeelhouder (DGA). De Vergadering van Aandeelhouders (AVA) neemt een besluit tot ontbinding. De vennootschap houdt daarmee op te bestaan volgens artikel 2:19 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek. De liquidatie wordt ingeschreven in het Handelsregister. Klaar is Kees!

Vereffening:  verdelen baten onder de schuldeisers

De B.V. X heeft behoorlijke schulden, maar ook nog voldoende baten. De toekomst is niet rooskleurig, daarom wil het bestuur van de B.V. af. In dit geval is turboliquidatie niet toegestaan. Er moet vereffend worden.

Vereffening begint ook bij een AVA-besluit tot ontbinding, maar daarbij dient ook een vereffenaar te worden aangesteld. Die maakt een plan van verdeling en de baten worden (als het goed is) netjes onder de schuldeisers verdeeld. Daarvoor moet nog wel een plan van verdeling in een landelijk dagblad worden gepubliceerd. Vervolgens geldt een termijn van twee maanden waarin belanghebbenden nog in verzet kunnen komen. Pas daarna kan de uitkering aan de schuldeisers, de vereffening en de uitschrijving in het Handelsregister plaatsvinden. Een openbare en redelijk omslachtige procedure.

Aanvragen faillissement

Als er baten zijn, maar de schulden zijn hoger, dan moet de vereffenaar het faillissement aanvragen. Dit staat in artikel 2:23a lid 4 Burgerlijk Wetboek. Hij moet dit doen op straffe van aansprakelijkheid. Dan is het vervolgens, als het faillissement wordt uitgesproken, aan de curator om de boedel te verdelen.

Samengevat

Er zijn dus drie opties:

1. turboliquidatie;
2. vereffening;
3. aanvragen faillissement.
 

Kritiek op turboliquidatie

Om uit het oog van de curator te blijven en om de openbare vereffening te omzeilen, wordt soms handig gebruik gemaakt van de turboliquidatie. Handig gebruik is soms misbruik. De B.V. wordt eerst leeg gemaakt. De inventaris of de debiteuren worden bijvoorbeeld overgedragen aan een zustervennootschap of door middel van een verrekening met de holding. Dan lijken er geen baten meer te zijn. En dan wordt vervolgens de eenvoudige route van de turboliquidatie gekozen. Geen wakend oog van de curator, geen openbaarheid.

Acties schuldeisers tegen turboliquidatie

Als een schuldeiser, bijvoorbeeld een (ex-)werknemer, weet heeft van baten, dan staan er twee wegen voor hem open. De eerste weg is het aanvragen van het faillissement van de vennootschap door liquidatie. Dit kan dus. Ook als de vennootschap al is geliquideerd. De tweede mogelijkheid is het aansprakelijk stellen van de bestuurder.

In beide gevallen moet de schuldeiser wel aannemelijk maken dat er voorafgaand aan de liquidatie nog een bate was. Ook een belastingteruggave of een (weggepoetste) vordering op de bestuurder of holding geldt als een bate. Het probleem is echter dat je als schuldeiser nauwelijks inzicht hebt in de cijfers. Dus een moeilijke opgave om een bate aannemelijk te maken.

Deze moeilijke opgave bleek ook uit een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Hoewel de bestuurder al jaren geen jaarrekeningen had gedeponeerd, kon de schuldeiser hem niet aanspreken volgens de rechtbank. Een omstreden uitspraak.

Een faillissementsaanvraag van de vennootschap en liquidatie had wellicht beter resultaat opgeleverd. Dat kan mogelijk alsnog. De bate is dan de claim van de toekomstig curator uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Immers, de bestuurder heeft jarenlang zijn verplichtingen om tijdig jaarrekeningen te deponeren verzaakt. De curator wordt bij het bewijs geholpen door de Wet artikel 2:248 lid 2 BW. Wie niet tijdig deponeert, pleegt in principe onbehoorlijk bestuur. Zie de uitspraak uit 2015 van het Hof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2015:3821.

Heb je naar aanleiding van deze blog nog vragen of wil je meer weten over dit onderwerp, dan kun je contact opnemen met één van onze specialisten.

Marc Le Belle

 
Mr. M.A. (Marc)
Le Belle
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
LeBelle@rensenadvocaten.nl
Meer over Marc