Blog

Partneralimentatie en behoefte: Hofnorm of behoeftelijstje? [Personen- en familierecht]

Partneralimentatie en behoefte: Hofnorm of behoeftelijstje? [Personen- en familierecht]

22-02-2019

Partneralimentatie wordt niet zomaar toegewezen. Ten eerste moet er bij de alimentatiegerechtigde sprake zijn van behoefte. Hoe kan deze behoefte aan partneralimentatie het beste worden onderbouwd?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Partneralimentatie en behoefte

De basisbegrippen: behoefte en draagkracht

Partneralimentatie wordt alleen maar toegekend als er bij de alimentatiegerechtigde (de ontvanger) behoefte is en als er bij de alimentatieplichtige (de betaler) draagkracht is. Bij de beoordeling van een verzoek om partneralimentatie wordt altijd eerst gekeken of er sprake is van behoefte en pas daarna komt de draagkracht aan de orde. Het eerste dat iemand zich bij dit onderwerp zal afvragen is: ‘maar hoe bepaal je nu wat iemands behoefte is’?

Expertgroep Alimentatienormen

Om hier antwoord op te kunnen geven, is het eerst nodig om te kijken waar dit geregeld is. De wet zegt hier niets concreets over. In de praktijk wordt daarom altijd gewerkt met de richtlijnen die zijn vastgesteld door de Expertgroep Alimentatienormen (ook wel de Tremanormen geheten). Hoewel dit richtlijnen zijn (en dus geen recht) worden deze normen doorgaans door alle rechtbanken en hoven toegepast. Het meest recente rapport vindt u hier (https://www.rechtspraak.nl/Voor-advocaten-en-juristen/Reglementen-procedures-en-formulieren/Civiel/Familie-en-jeugdrecht/Paginas/Expertgroep-Alimentatienormen.aspx#b10a1892-47ee-4e22-989c-2bdc4dfda148c5485774-67f0-4dcd-9cfd-9b8fa214755211). De Expertgroep zegt dat ‘voor de vaststelling van de behoefte van een echtgeno(o)t(e) rekening wordt gehouden met alle omstandigheden, waaronder de hoogte en aard van de inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk, waarin een aanwijzing kan worden gevonden voor de mate van welstand waarin is geleefd’. Kort gezegd komt het er dus op neer dat de Expertgroep zegt dat iemands behoefte wordt afgeleid van het niveau waarop tijdens het huwelijk werd geleefd. De behoefte is dus niet een bestaansminimum, maar is een bedrag dat nodig is om na de echtscheiding op hetzelfde niveau als tijdens het huwelijk voort te kunnen leven.

Twee methodes om de behoefte te berekenen

Ok, er moet dus worden gekeken naar de gebruikelijke inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk. Maar hoe bepaal je hiermee dan de behoefte? In de praktijk blijken daarvoor twee methodes te bestaan. De eerste methode is het toepassen van de zogenaamde Hofnorm. Dit is een in de jurisprudentie ontwikkelde vuistregel die erop neerkomt dat de behoefte wordt vastgesteld op 60% van het maandelijkse netto besteedbaar inkomen dat in de laatste jaren van het huwelijk werd genoten (nadat hiervan eerst de eventuele kosten van de kinderen op in mindering zijn gebracht). De tweede methode is het opstellen van een zogenaamde behoeftelijst waarop zeer gedetailleerd staat omschrijven welke uitgaven er tijdens het huwelijk werden gedaan (van huur/hypotheekrente tot boodschappen, kappersbezoek, tijdschriftabonnementen etc.) ten behoeve van de ontvanger. De optelsom van al deze bedragen is de behoefte.

Behoefte in de praktijk

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het vaststellen van de behoefte maatwerk. Dat impliceert dat de tweede methode (het behoeftelijstje) moet worden gehanteerd, tenminste, in ieder geval als er verweer wordt gevoerd tegen het toepassen van de Hofnorm. De Hofnorm is immers maar een vuistregel en dus veel minder concreet dan het toepassen van de methode met een behoeftelijstje. In de praktijk leidt dit vaak tot veel ‘gedoe’. Het komt erop neer dat een alimentatiegerechtigde vaak gedwongen wordt lange lijsten op te stellen van gebruikelijke uitgaven tijdens het huwelijk, compleet onderbouwd met bonnen/bankafschriften en andere betalingsbewijzen. Tijdens een mondelinge behandeling - waarop vaak een veelheid van onderwerpen moet worden behandeld - kan dit ertoe leiden bijna de volledige voor de zitting gereserveerde tijd alleen al nodig is om dit behoeftelijstje te behandelen. De uitgaven worden dan stuk voor stuk doorgelopen en door beide partijen van commentaar voorzien.

Welke kant gaan we op?

Steeds vaker krijg ik de vraag/opmerking of het nog wel zo redelijk is om deze methode toe te passen. Het is niet alleen tijdrovend en daarmee kostbaar, in de praktijk blijken de bedragen op de lijsten ook al snel naar boven te worden afgerond in het voordeel van de ontvanger. De uitgaven zijn immers doorgaans niet tot op de euro nauwkeurig te herleiden. Administratie is vaak niet zonder meer voor handen. In dat kader viel mij een recente uitspraak op van het Hof Den Bosch van 7 februari 2019. De uitspraak vindt u hier. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2019:434) In tegenstelling tot eerdere uitspraken van (andere) gerechtshoven, blijkt uit deze uitspraak dat het Hof Den Bosch gewoon de Hofnorm toepast, ondanks het verweer van de man dat de vrouw haar behoefte had moeten onderbouwen aan de hand van een lijstje, voorzien van concrete bewijsstukken. Het Hof Den Bosch overweegt dat de Hofnorm weliswaar op gespannen voet kan staan met het door de Hoge Raad verlangde maatwerk, maar dat er in deze zaak geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die maken dat de Hofnorm tot een onjuist resultaat zou leiden. Het lijkt er dus op – al staat dat er niet met zoveel woorden – dat het Hof hier heeft geprobeerd aan de discussie over behoeftelijstjes te ontkomen. Een duidelijke breuk in de huidige trend.

Bevindt u zich ook in een echtscheiding? Wilt u aanspraak maken op alimentatie of wilt u dit juist niet betalen? U ziet dat het onderbouwen of betwisten van de behoefte een belangrijke bouwsteen is in dit vraagstuk. Graag help ik u daarbij wanneer dat nodig mocht zijn.

 
Mr. M.J. (Mirte)
van Lingen
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
vanLingen@rensenadvocaten.nl
Meer over Mirte