Blog

Curator persoonlijk aansprakelijk voor het schenden van onderhuurverbod [insolventierecht, huurrecht]

Curator persoonlijk aansprakelijk voor het schenden van onderhuurverbod [insolventierecht, huurrecht]

07-12-2018

De Hoge Raad heeft op 9 november jl. geoordeeld dat een curator persoonlijk aansprakelijk kan zijn als een in de algemene bepalingen behorende bij de huurovereenkomst opgenomen verbod tot onderhuur wordt geschonden.

Deel dit artikel

Naar het overzicht
huurovereenkomst
 
Persoonlijke aansprakelijkheid curator
Op 9 november 2018 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:2067) een lastig arrest gewezen voor curatoren.

In het genoemde arrest is door de Hoge Raad beslist dat de curator jegens de verhuurder persoonlijk aansprakelijk is omdat de curator in het kader van een doorstart het gehuurde gedurende de opzegtermijn aan een derde in gebruik heeft gegeven tegen een vergoeding.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat daarmee het verbod tot onderverhuur/ingebruikgeving aan een derde, zoals opgenomen in de algemene bepalingen behorende bij de huurovereenkomst, door de curator is geschonden.
 
Geen beleidsvrijheid curator
Dit leidt in de visie van de Hoge Raad tot een actieve schending van een verplichting van de curator. Daarbij geeft de Hoge Raad aan dat gelet op het verbod tot onderverhuur de curator geen beleidsvrijheid had. Indien de curator niet aan regels gebonden is komt de curator een hoge mate aan beleidsvrijheid toe om de boedel naar eigen inzicht zo goed mogelijk af te wikkelen. Gelet op het verbod tot onderverhuur waren er in casu echter wel regels waar de curator aan gebonden was. De Hoge Raad overweegt in het arrest:
 
Voor zover de curator wel is gebonden aan regels, heeft hij de hiervoor genoemde beleidsvrijheid niet. Komt hij die regels niet na, dan zal hij in beginsel op die grond persoonlijk aansprakelijk zijn jegens degenen met de belangen van wie hij bij de naleving van die regels rekening diende te houden.
 
Schending van regels: in beginsel persoonlijke aansprakelijkheid curator.
De hoofdregel is volgens de Hoge Raad dus dat het actief schenden van regels in beginsel tot persoonlijke aansprakelijkheid leidt van de curator.
 
De Hoge Raad nuanceert deze overweging vervolgens nog wel enigszins:
 
De omstandigheid dat een curator bij zijn gebondenheid aan regels niet de in het arrest Prakke/Gips bedoelde beleidsvrijheid heeft, betekent nog niet dat het enkele niet naleven van die regels steeds tot zijn persoonlijke aansprakelijkheid leidt. Het hof heeft in het partijdebat en de omstandigheden van dit geval aanleiding gezien om te onderzoeken of – en te oordelen dat – de curator in dit geval tevens een persoonlijk verwijt trof. Anders dan onderdeel II kennelijk betoogt, heeft het hof hiermee niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
 
Een factor die in deze bij de beoordeling wellicht een rol heeft gespeeld is dat de curator kennelijk gebrekkig met de verhuurder heeft gecommuniceerd over de voorgenomen doorstart en het in gebruik geven van het gehuurde.
 
De Hoge Raad geeft dus aan dat, zoals eigenlijk altijd, de omstandigheden van het geval relevant zijn voor de boordeling. Dit laat onverlet dat de Hoge Raad wel een strakke hoofdregel lijkt te hebben neergezet: het door de curator schenden van regels waar de curator aan gebonden is leidt in beginsel tot persoonlijke aansprakelijkheid van de curator.
 
Problemen voor de praktijk
Zoals aan het begin van deze blog al door mij werd aangeven is dit voor curatoren een lastig arrest in het kader van het efficiënt afwikkelen van faillissementen.
 
Dat het schenden van wettelijke regels in beginsel tot persoonlijke aansprakelijkheid van de curator leidt is als hoofdregel op zich begrijpelijk. Dat dit als ook geldt voor contractuele regels, die de curator in sommige gevallen zelf niet zal kennen, gaat een grote stap verder. Zeker gelet op het feit dat een curator vaak in zeer korte tijd ingrijpende beslissingen moet nemen ten aanzien van de afwikkeling van het faillissement en het plaatsvinden van een doorstart.
 
Doorstart op locatie
Bij het afwikkelen van faillissementen is het bijvoorbeeld staande praktijk dat wordt gekeken naar mogelijkheden voor een doorstart. Zo’n doorstart kan plaatsvinden in combinatie met het tijdelijk in gebruik geven van het gehuurde aan de doorstarter, al dan niet tegen betaling van een boedelvergoeding. Op deze manier kan een doorstartende partij snel de overgenomen onderneming draaiende krijgen door gebruik te maken van de toch al beschikbare locatie en het aanwezige personeel. Hiermee wordt kapitaalvernietiging ten gevolge van het faillissement zoveel mogelijk beperkt en is de doorstartende partij bereid een hogere koopsom te betalen.
 
Niet altijd lukt het om daar vooraf overeenstemming over te krijgen met de verhuurder. Ten gevolge van het arrest loopt de curator een groot risico op persoonlijke aansprakelijkheid indien, ondanks het ontbreken van overeenstemming met de verhuurder, het gehuurde toch aan de doorstarter in gebruik wordt gegeven. Het ontwijken van dit risico door de curator kan tot suboptimale afwikkelingsresultaten leiden. Uiteindelijk betalen de schuldeisers daarvoor de rekening.
 
Veilingsverkoop op locatie
Een alternatieve route is dat er bijvoorbeeld een veilingsverkoop plaatsvindt in het gehuurde. Vaak levert een uitverkoop van de voorraad, inventaris en bedrijfsmiddelen, via een veiling het meeste op. Daarvoor wordt doorgaans een veilingsbureau ingeschakeld die op locatie voor de veiling zorgdraagt. Ook het in het gehuurde toelaten van zo’n veilingsbureau dient naar mij mening als het in gebruik geven aan een derde te worden beschouwd.

Mocht het arrest van de Hoge Raad inderdaad zo moeten worden uitgelegd dat ook dit niet meer mogelijk is zonder toestemming van de verhuurder, dan is het de vraag hoe de curator nog tot een ordentelijke vereffening van een boedel kan komen zonder daarmee een (te) groot risico op persoonlijke aansprakelijkheid te lopen.
 
Verbetering onderhandelingspositie verhuurder
In ieder geval is duidelijk dat verhuurders, ervan uitgaande dat er gebruik wordt gemaakt van een standaardhuurovereenkomst, met daarin een verbod op onderverhuur en ingebruikgeving, extra juridisch gereedschap erbij hebben gekregen om tegen de curator in te zetten en zich daarmee bij de verdeling van de boedel een betere positie te verwerven.

Het laatste woord vanuit de praktijk en rechtspraak is over dit arrest nog niet gezegd, zo verwacht ik.
Als u vragen heeft over dit onderwerp of soortgelijke onderwerpen neem dan contact met op met een van onze huurrecht- of insolventierechtadvocaten.
 
Mr. M.V. (Maurits)
Vermeij
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Vermeij@rensenadvocaten.nl
Meer over Maurits