Blog

Hoge Raad 15 juni 2018: overeenkomst tot borgtocht is eenzijdig en kan in beginsel niet worden ontbonden

Hoge Raad 15 juni 2018: overeenkomst tot borgtocht is eenzijdig en kan in beginsel niet worden ontbonden

27-07-2018

Om een financiering te verkrijgen is het als geldnemer vaak noodzakelijk om aan de geldgever een vorm van onderpand te verstrekken als zekerheid voor de terugbetaling van de geldlening. Deze zekerheid kan bestaan uit absolute rechten zoals een pandrecht of hypotheekrecht, maar ook persoonlijke zekerheidsrechten zoals een hoofdelijke aansprakelijkheidstelling of het verstrekken van een borgtocht.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Casus Hoge Raad d.d. 15 juni 2018
In de casus die onderwerp is van van de uitspraak van de Hoge Raad van 15 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:915)  werd er door een derde (Wave B.V.)  aan de geldgever (ABN AMRO) ter zekerheidstelling een borgtocht verstrekt. Deze zekerheidsstelling vond plaats als dekking voor de financiering van € 3.000.000,-- aan de vennootschap S3&A B.V.

S3&A B.V. was niet in staat om tijdig de financiering aan ABN AMRO terug te betalen. Na een mislukte poging tot herstructurering van het concern waarvan S3&A B.V. de topholding was is ABN AMRO overgegaan tot het uitwinnen van de door Wave B.V. verstrekte borgtocht. Wave B.V. verweert zich daartegen en stelt dat ABN zich onzorgvuldig jegens haar heeft gedragen en dat zij daardoor schade heeft geleden en voorts wordt er een beroep gedaan op de ontbinding van de borgtochtovereenkomst. De onzorgvuldigheid zou erin zijn gelegen dat ABN AMRO de borg er niet van op de hoogte had gesteld dat er binnen het concern gepoogd werd om een herstructurering door te voeren. Wave B.V. stelt zich op het standpunt dat wanneer zij dit wel zou hebben geweten zij haar eigen zekerheidsrechten (pandrecht op aandelen van een van de groepsmaatschappijen binnen het concern van S3&A B.V.) zou hebben kunnen uitwinnen waardoor haar schade beperkt zou zijn gebleven.

Door het Hof wordt geoordeeld dat ABN AMRO inderdaad onzorgvuldig jegens Wave B.V. heeft gehandeld door haar bepaalde informatie te onthouden. Wave B.V. wordt in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren van het feit dat zij haar aansprakelijkheid als borg zou hebben beperkt wanneer zij wel tijdig was geïnformeerd door ABN AMRO over de gang van zaken met betrekking tot de uitwinning van de borgtocht door ABN AMRO. Uiteindelijk oordeelt het Hof dat Wave B.V. niet in deze bewijslast is geslaagd en wijst het Hof de vorderingen van Wave B.V.af.

Wave B.V. gaat in cassatie tegen deze uitspraak met onder andere als argument dat het Hof ten onrechte voorbij is gegaan aan het beroep van Wave B.V. op de ontbinding van de overeenkomst tot borgtocht op grond van wanprestatie van ABN AMRO.

De Hoge Raad wijst deze vordering af. De Hoge Raad overweegt daartoe dat de overeenkomst van borgtocht een eenzijdige overeenkomst is en derhalve niet vatbaar voor ontbinding. Alleen wederkerige overeenkomsten kunnen worden ontbonden.

De Hoge Raad komt tot dit oordeel nu er geen sprake is van een uitruil van verplichtingen bij de uitvoering van de overeenkomst. De borggever stelt zich borg jegens de schuldeiser en krijgt daarvoor niet een daarmee daadwerkelijke rechtstreeks verband houdende wederprestatie voor terug van de schuldeiser.

Ontbinding zou in sommige gevallen toch mogelijk kunnen zijn
De Hoge Raad sluit echter niet uit dat in bepaalde dat de overeenkomst gekwalificeerd dient te worden als een wederkerige overeenkomst zoals bedoeld in art. 6:261-1 BW. Alsdan zou de borgtochtovereenkomst bij een tekortkoming door de schuldeiser wel voor ontbinding vatbaar kunnen zijn.

De vraag is onder welke omstandigheden een dergelijke verwevenheid zich voordoet. Omdat het verstrekken van zekerheid, waaronder het aangaan van een overeenkomst van borgtocht, vaak door de financier als voorwaarde wordt gesteld om tot financiering over te gaan, is er mijns inziens altijd sprake van een zekere verwevenheid tussen de borgtocht en de schuldeiser en schuldenaar. Bij een wanprestatie van de schuldeiser zou daarmee ook de mogelijkheid tot ontbinding door de borg in zicht kunnen komen.  Bij het aangaan van een overeenkomst op borgtocht is het daarom van belang om goed te letten op de wijze waarop de overeenkomst wordt vormgegeven en de samenhang van bepaalde verplichtingen over en weer expliciet te benoemen. Op die manier kan er waarschijnlijk sneller een beroep op ontbinding worden gedaan door de borg in geval van onzorgvuldig handelen door de financier.

Ook andere contractuele aspecten zijn daarbij van belang. In de financieringspraktijk worden de rechten van de borg in de standaard documentatie vaak verder uitgesloten dan voor de borg wenselijk is. Een overeenkomst van borgtocht is daarom zeker niet een document dat lichtvaardig aangegaan dient te worden.

Onze ondernemingsrechtspecialisten kunnen u voorzien van begeleiding en advies bij het aangaan van een overeenkomst tot borgtocht. Mocht u daarover vragen hebben dan kunt u uiteraard met een van onze advocaten contact opnemen.

 

 
Mr. M.V. (Maurits)
Vermeij
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Vermeij@rensenadvocaten.nl
Meer over Maurits