Blog

Geen externe collectieve bestuurdersaansprakelijkheid

Geen externe collectieve bestuurdersaansprakelijkheid

29-06-2018

In het arrest van 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470 (Eisers /TMF c.s.) heeft de Hoge Raad bevestigd dat er voor bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW geen sprake is van collectieve aansprakelijkheid van het bestuur.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

In beginsel geen privé aansprakelijkheid van het bestuur van een B.V. of N.V.

Hierbij allereerst enige achtergrond informatie ten aanzien van bestuurdersaansprakelijkheid. Om te beginnen geldt dat je als bestuurder van een vennootschap (B.V. of N.V.) in beginsel niet in privé aansprakelijk bent voor de verplichtingen van de vennootschap, in tegenstelling tot het geval is bij bijvoorbeeld een eenmanszaak, VOF, of maatschap.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Het uitgangspunt dat een bestuurder niet in privé aansprakelijk is jegens derden voor de verplichtingen van de vennootschap kan echter worden doorbroken indien het bestuur haar taken niet goed verricht. In dat geval kan er sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid (op grond van onder andere onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW). In geval van bestuurdersaansprakelijkheid is de bestuurder, ondanks de beperkte aansprakelijkheid van de vennootschap, toch aansprakelijk jegens de betreffende derde. Deze derde kan bijvoorbeeld een schuldeiser van de vennootschap zijn.

Ontvanger/Roelofsen-norm

Of er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid wordt onder meer beoordeeld aan de hand van de zogenoemde Ontvanger/Roelofsen-norm[1] (onderstreping auteur):

3.5: “Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt.”…….

 “Voor de onder (i) bedoelde gevallen is in de rechtspraak de maatstaf aanvaard dat persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap kan worden aangenomen wanneer deze bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. In de onder (ii) bedoelde gevallen kan de betrokken bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.

Collectieve ‘interne’ aansprakelijkheid ex art. 2:9-2 BW

Het bestuur van een vennootschap kan door één of meer bestuurders worden gevoerd. Zijn er meerdere bestuurders dan worden deze bestuurders als collectief ‘het bestuur’ genoemd.

Bij het uitvoeren van de bestuurstaken wordt, bijvoorbeeld in geval van faillissement, getoetst of door het bestuur de taken behoorlijk zijn uitgevoerd. Is dat niet het geval dan geldt dat het bestuur als collectief (dus alle bestuurders gezamenlijk), ex art. 2:9-2 BW jegens de vennootschap aansprakelijkheid kan zijn ten gevolge van onbehoorlijk bestuur. Deze collectieve aansprakelijkheid geldt tenzij een individueel bestuurslid aantoont dat ten aanzien van het door hem/haar gevoerde bestuur geen ernstig verwijt gemaakt kan worden.

Geen collectieve aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW

In het arrest van 30 maart 2018 bevestigt de Hoge Raad dat er ten aanzien van aansprakelijkheid van het bestuur jegens derde (ex art. 6:162 BW) geen sprake is van een collectieve aansprakelijkheid van het bestuur.

De betreffende derde, die de bestuurders aanspreekt, zal dan ook ten aanzien van de individuele bestuurders separaat dienen te bewijzen dat die betreffende bestuurder op een zodanige wijze heeft gehandeld dat hem/haar een persoonlijk ernstig verwijt te maken valt.

Als niet duidelijk is welke bestuurder namens de vennootschap gehandeld heeft, bijvoorbeeld omdat de vennootschap bij dat handelen door een werknemer vertegenwoordigd werd, zal de betreffende derde zich gelet op het voorgaande al snel voor een fors bewijsprobleem geplaatst zien. In een dergelijk geval zou het voor die derde batig kunnen zijn om toch alle individuele bestuurders aansprakelijk te stellen, in combinatie met bijvoorbeeld het aan de rechtbank verzoeken om een voorlopig getuigenverhoor te laten plaatsvinden. Daarmee kan de betreffende derde eerst het nodige bewijs verzamelen, alvorens er een bodemprocedure wordt gestart tegen één of meer bestuurders.

Maurits Vermeij


[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2006:AZ0758

 
Mr. M.V. (Maurits)
Vermeij
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Vermeij@rensenadvocaten.nl
Meer over Maurits