Blog

Stoppen met werken terwijl je in scheiding ligt? Denk twee keer na!

Stoppen met werken terwijl je in scheiding ligt? Denk twee keer na!

26-04-2018

Regelmatig adviseer ik ondernemers in een echtscheiding. Daarbij komt altijd de waarde van hun onderneming ter sprake en/of de draagkracht voor alimentatie die wordt afgeleid van het inkomen dat zij als ondernemer verdienen. Soms schrikken cliënten als zij horen wat de waarde is van hun onderneming die met de andere echtgeno(o)t(e) gedeeld moet worden en/of wat de hoogte is van de alimentatie die zij kunnen betalen. Een veel gehoorde opmerking is dan: en als ik nou gewoon stop met die hele onderneming?! Dan kunnen ze me toch niets meer maken? Onderstaande uitspraak van het Hof Amsterdam laat nog maar weer eens zien waarom ik dit cliënten altijd afraad.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

De casus

Man en vrouw zijn in gemeenschap van goederen met elkaar getrouwd. De man is vennoot in een vof (een garagebedrijf) met zijn broer. In januari 2016 gaan partijen feitelijk uit elkaar en nog geen maand later, in februari 2016, treedt de man uit als vennoot van het garagebedrijf. De man krijgt geen vergoeding bij zijn uittreden.

Rechtbank

Partijen komen in hun echtscheidingsprocedure eerst bij de rechtbank. De vrouw beroept zich in deze procedure op art. 1:164 BW. Dit artikel bepaalt dat de echtgenoot die binnen een periode van 6 maanden vóór indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding opzettelijk goederen verspilt, zich schuldig maakt aan benadeling van de gemeenschap van goederen. De sanctie die de wet daarop stelt is dat deze echtgenoot de geleden schade aan de gemeenschap moet vergoeden. De vrouw vraagt de rechtbank om de man tot een schadevergoeding te veroordelen omdat hij zonder plausibele reden zomaar is gestopt als vennoot zonder daarvoor een vergoeding te hebben gekregen. De rechtbank volgt de vrouw echter niet.

Gerechtshof

Bij het gerechtshof krijgt de vrouw een tweede kans. Het gerechtshof volgt de vrouw wel in haar stelling. Het hof overweegt allereerst dat er niet gebleken is van redenen voor de man om uit het garagebedrijf te treden. De stelling van de man dat hij dit deed wegens zijn (psychische) gezondheid had de man volgens het gerechtshof niet concreet onderbouwd, hetgeen temeer van hem verwacht had mogen worden omdat de vrouw had gesteld dat van gezondheidsklachten bij de man geen sprake was. De vrouw stelde dat de man de garage enkel kort als vennoot had verlaten om na de scheiding weer terug te keren. Het gerechtshof nam daarnaast in haar overwegingen mee dat het een goedlopend garagebedrijf was, met een groot klantenbestand, waarin de man al jaren vennoot was. Het lag dus weinig voor de hand dat de onderneming, zoals de man stelde, niets waard was en dat hem daarom geen vergoeding was uitgekeerd. Het hof veroordeelde de man de geleden schade te vergoeden. Voor de bepaling van de omvang van de schade, werd de man veroordeeld zijn jaarstukken in het geding te brengen.

Gevolgen

Het komt niet vaak voor dat er jurisprudentie verschijnt over een (geslaagd) beroep op benadeling van de gemeenschap of verspilling van gemeenschappelijke goederen. De feiten uit deze uitspraak gelezen hebbende, lijkt mij het oordeel van het gerechtshof terecht. Je kunt niet zomaar met je onderneming stoppen. Als je dit wel overweegt, dien je dit goed te onderbouwen. Het stoppen van een onderneming kan ook nog gevolgen hebben voor je inkomen en daarmee je draagkracht voor alimentatie. In dit soort situaties wordt vaak gesproken over verwijtbaar inkomensverlies. Als de rechtbank oordeelt dat sprake is van verwijtbaar inkomensverlies, kunnen de gevolgen zeer groot zijn.

Ben je ondernemer en wil je over dit onderwerp meer informatie? Of ben je juist de echtgeno(o)t(e ) van een ondernemer en wil je weten wat je kunt doen? Neem contact met ons op.

Mirte van Lingen

 
Mr. M.J. (Mirte)
van Lingen
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
vanLingen@rensenadvocaten.nl
Meer over Mirte