Blog

Erfdienstbaarheid van uitweg/overpad. Wat mag wel en wat mag niet?

Erfdienstbaarheid van uitweg/overpad. Wat mag wel en wat mag niet?

06-04-2018

Regelmatig krijg ik vragen voorgelegd over het gebruik en de omvang van een erfdienstbaarheid van uitweg of pad. Veelal is er sprake van een nieuwe buur die “plotseling” aangeeft dat bepaald gebruik van zijn/haar erf zoals parkeren op het toegangspad of het stallen van de vuilcontainer of fietsen in de steeg, niet is toegestaan op grond van de erfdienstbaarheid. De gebruiker van de erfdienstbaarheid vraagt zich dan af of hij gehoor moet geven aan het verzoek van de nieuwe buur, want er is toch sprake van een erfdienstbaarheid en dit gebruik bestaat al toch sinds jaar en dag?

Deel dit artikel

Naar het overzicht
 
Erfdienstbaarheid van uitweg/overpad, hoe zit het ook alweer?
Een erfdienstbaarheid is een last waarmee een onroerende zaak –het dienend erf- ten behoeve van een andere onroerende zaak –het heersend erf- is bezwaard. De inhoud van een last bestaat in een dulden of een niet-doen. Bij een erfdienstbaarheid van weg/overpad is veelal opgenomen dat de erfdienstbaarheid inhoudt een recht om te komen en te gaan naar bijvoorbeeld de openbare weg. Oftewel de eigenaar van het dienend erf moet het gebruik van zijn pad ten behoeve van de eigenaar van het heersend dulden.
 
Omvang erfdienstbaarheid
De inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening worden bepaald door de akte van vestiging en, voor zover in die akte geen regels daaromtrent zijn opgenomen, door de plaatselijke gewoonte. Is een erfdienstbaarheid te goeder trouw, zonder tegenspraak op een bepaalde wijze uitgeoefend, dan is in geval van twijfel deze wijze van uitoefening beslissend.

Volgens vaste jurisprudentie komt het bij de uitleg van de akte van vestiging aan op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoording, uit te leggen na objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte.

Bij het bepalen van de inhoud en de wijze van de uitoefening van de erfdienstbaarheid staat dus de akte van vestiging voorop. Als in de akte bijvoorbeeld is aangegeven dat de erfdienstbaarheid van overpad uitsluitend te voet mag worden gebruikt, dan betekent dit dat het pad dus niet ten behoeve van het heersend erf geldt voor fietsen, brommers en/of auto’s.

Vaak is in de akte enkel opgenomen dat sprake is van een erfdienstbaarheid dat een recht inhoudt om te komen en te gaan van en naar de openbare weg. De woorden ‘komen en gaan’ sluiten dan het parkeren van auto’s op het toegangspad of het stallen van fietsen en vuilcontainers in een steeg uit. 

Verjaring erfdienstbaarheid?
Maar wat nu als het gebruik van het dienend erf sinds mensenheugenis afwijkt van de in de akte gevestigde erfdienstbaarheid? Zo wordt de steeg niet alleen gebruikt om te komen en te gaan naar de openbare weg maar ook worden er al jarenlang fietsen gestald. Kan er dan door verjaring een verruiming van de gevestigde erfdienstbaarheid zijn ontstaan?

Pas sinds de inwerkingtreding van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek in 1992 bestaat de mogelijkheid om het bezit te hebben van een niet-voortdurende en niet-zichtbare erfdienstbaarheid, zoals het geval is bij het gebruik van een uitweg/overpad. Dit bezit is van belang omdat alleen hij die een goed bezit, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw, een beroep kan doen op de verjaring van een rechtsvordering die strekt tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende. De verjaringstermijn bedraagt in dat geval 20 jaar. De bezitter dient zich zodanig te gedragen dat de eigenaar tegen wie de verjaring loopt daaruit niet anders kan afleiden dan dat de bezitter pretendeert eigenaar te zijn.

Zware bewijslast
De stelplicht en de bewijslast rust op degene die stelt dat hij een erfdienstbaarheid door verjaring zou hebben verkregen. En hier gaat het in een procedure vaak mis, want hoe bewijs je dat een niet-voortdurende en niet-zichtbaar bezit al gedurende twintig jaar bestaat?

Je zal in ieder geval moeten aantonen dat jijzelf, en waarschijnlijk ook je rechtsvoorgangers, je zodanig hebt gedragen dat de eigenaar van het dienend erf daaruit niet anders kon afleiden dan dat je pretendeert een rechthebbende te zijn van een erfdienstbaarheid tot het stallen van fietsen in de steeg.

Het enkele feit dat gedurende lange tijd fietsen in de steeg zijn geplaatst, is volgens een recent arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onvoldoende ter onderbouwing van het vereiste ondubbelzinnig bezit. Volgens het Hof kon de eigenaar van het dienend erf door het gewoonweg gebruiken van een steeg voor het stallen van de fietsen niet opmaken dat men pretendeert een erfdienstbaarheid te hebben. Gebruik op zichzelf impliceert volgens het Hof namelijk nog geen bezit. Daarvoor zijn bijkomende feiten en omstandigheden vereist.

Het stellen dat er toestemming is gegeven om de fietsen in de steeg te stallen zal je in een procedure ook niet verder kunnen helpen. Het gebruik van een steeg of pad wordt dan namelijk gebaseerd op een overeenkomst (persoonlijk recht) en niet op een gepretendeerde erfdienstbaarheid, aldus het Hof.

Hieruit volgt wel hoe lastig het is om een geslaagd beroep te kunnen doen op de verjaring van een recht van erfdienstbaarheid.

Conclusie
Om te voorkomen dat er problemen ontstaan over de wijze van uitoefening van een erfdienstbaarheid is het raadzaam om bij het opstellen en vestigen van de erfdienstbaarheid goed na te denken over welk gebruik wel of niet wordt toegestaan. Is het de bedoeling dat het dienend erf alleen ten behoeve van voetgangers en fietsers wordt gebruikt of ook voor auto’s en vrachtauto’s? Leg dat dan goed vast.

Daarnaast is van belang om voorafgaand aan het vestigen van een erfdienstbaarheid goed met elkaar te bepalen of er alleen een recht van weg (dus het recht om te komen en gaan naar de openbare weg) of dat er ook ander gebruik van het pad wordt toegestaan, zoals parkeren, laden en lossen, stallen van (vuil)containers etc. Ook dit dient dan nauwkeurig vastgelegd te worden zodat problemen over de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid in de toekomst worden voorkomen.

Mocht u vragen hebben over de wijze van uitoefening van een bestaand recht van erfdienstbaarheid, het vestigen of het opheffen van een erfdienstbaarheid? Neemt u dan gerust contact op met een van onze vastgoedspecialisten.

Kim Hollenberg

 
Mr. K. (Kim)
Hollenberg
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Hollenberg@rensenadvocaten.nl
Meer over Kim