Blog

De Hoge Raad zet de deur verder open voor het matigen van contractuele boetes

De Hoge Raad zet de deur verder open voor het matigen van contractuele boetes

28-03-2018

Het is gebruikelijk dat in bepaalde overeenkomsten boeteclausules worden opgenomen als prikkel voor de contractspartijen om de in de overeenkomst opgenomen verplichtingen daadwerkelijk na te komen. Vaak dienen dergelijke bepalingen ook om (bewijs)discussies over de omvang van geleden schade te voorkomen wanneer een bepaalde verplichting wordt geschonden. Boeteclausules zijn onder meer standaard opgenomen in overeenkomsten die betrekking hebben op de koop/verkoop van onroerend goed. Recent heeft de Hoge Raad nadere gezichtspunten aangereikt met betrekking tot de gerechtelijke matiging van contractuele boetes.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

 

Turan/Easystaff (ECLI:NL:HR:2018:207)
De lijn in de jurisprudentie is lange tijd geweest dat rechters terughoudend waren met het matigen van de omvang van een verbeurde boete.

In een recent arrest van de Hoge Raad (16 februari 2018) is de deur voor matiging van een contractuele boete verder opengezet. In dat arrest werd geoordeeld dat er weliswaar een boete verschuldigd was door een van de contractspartijen (het uitzendbureau Easystaff) maar dat deze boete van € 1.230.000,--, gelet op de specifieke omstandigheden, gematigd diende te worden tot € 26.500,--.

Aan die matiging zijn de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

3.4.1
De in art. 6:94 BW opgenomen maatstaf dat voor matiging slechts grond kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. (HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638, NJ 2007/262, rov. 5.3)
3.4.2
Het hof heeft, in navolging van de rechtbank, geoordeeld dat de toepassing van het boetebeding tot een buitensporig en daarmee onaanvaardbaar resultaat leidt (rov. 3.7.4). Zijn oordeel dat er grond is voor matiging berust op de door het hof in hun onderlinge samenhang in aanmerking genomen omstandigheden (i) dat Protec de overeenkomst heeft opgesteld, dat zij de hoogte van de boetes heeft bepaald en dat daarover niet is onderhandeld (rov. 3.7.2), (ii) dat Protec niet heeft aangegeven op grond waarvan zij de hoogte van de wel erg hoge boetes heeft bepaald (rov. 3.7.2), (iii) dat de verbeurde boetes buitensporig hoog zijn in verhouding tot de werkelijk geleden schade (rov. 3.7.4), (iv) dat de overtredingen door Easystaff slechts enkele incidenten betreffen die in het begin van de contractsperiode hebben plaatsgevonden en dat sindsdien geen andere overtredingen hebben plaatsgevonden (rov. 3.7.4), en (v) dat de bedoeling van de overeenkomst is om Protec te beschermen tegen concurrentie en dat de beboete handelingen niet tot verlies van klanten hebben geleid (rov 3.7.4).”
 
Meer ruimte om matiging van contractuele boete te bepleiten
Met het voorgaande is een nadere zeer concrete toepassing gegeven aan het algemene criterium ter toetsing van een boetebeding.

Uiteraard zijn de ter matiging aan te dragen argumenten steeds weer afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval.

Duidelijk is wel dat wanneer de omstandigheden daartoe nopen dit tot een ingrijpende matiging van een verbeurde boete kan leiden. Deze gecreëerde ruimte maakt ook dat het vaker opportuun zal zijn om contractuele boetes in rechte aan te vechten.

Uitgangspunt blijft het contract
Het vertrekpunt blijft echter hetgeen partijen zijn overeengekomen. Een partij die een verplichting uit een overeenkomst schendt kan er derhalve zeker niet zonder meer vanuit gaan dat een verbeurde boete in rechte gematigd zal worden. Zoals ook uit het arrest van de Hoge Raad blijkt zijn daar goede argumenten voor nodig.

Voorzichtigheid blijft dus geboden met betrekking tot het opnemen van boeteclausules in overeenkomsten, maar ook ten aanzien van de wijze waarop vervolgens door partijen uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst.

Vooral in de onderhandelingsfase over de inhoud van het contract is het dan ook sterk aan te bevelen om voldoende stil te staan bij de wenselijkheid van een boeteclausule, alsmede de wijze waarop een dergelijke clausule is geredigeerd. Voorkomen is immers beter dan genezen!

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp dan kunt u contact met een van onze advocaten opnemen.

Maurits Vermeij

 

 
Mr. M.V. (Maurits)
Vermeij
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Vermeij@rensenadvocaten.nl
Meer over Maurits