Blog

Parkeren bij inbreilocaties. Waar laten we de auto's?

Parkeren bij inbreilocaties. Waar laten we de auto's?

01-02-2018

Ruimte is schaars maar de behoefte aan woningbouw blijft c.q. groeit. Zeker in Noord-Holland. Om de open en groene gebieden rond de stad ongemoeid te laten, valt de keuze steeds vaker op inbreilocaties. Regelmatig een bron van conflicten en procedures. De omwonenden maken zich zorgen over hun privacy, het woon- en leefklimaat, het openbaar groen, en de parkeerdruk in de wijk. In deze blog aandacht voor het aspect parkeren.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Voorvraag

Belangrijke (voor)vraag bij de beoordeling van een bouwplan: past de ontwikkeling in het geldende bestemmingsplan?

Geen afwijking van het bestemmingsplan

Is het antwoord op deze vraag "ja" dan moet het bouwplan voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Er hoeft volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dan alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een bestaand parkeertekort in de omgeving kan dan als regel buiten beschouwing blijven. Als het bouwplan in voldoende parkeerplaatsen voorziet dan kan de gemeente de omgevingsvergunning gewoon afgeven.

Past het plan in het bestemmingsplan, maar voorziet het niet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein dan kan onder voorwaarden ontheffing worden verleend. Deze ontheffing staat, beter: stond, vaak in de Bouwverordening (artikel 2.5.30), maar sinds artikel 8 lid 5 van de Woningwet is vervallen (per 29 november 2014) staan voorschriften rondom parkeren en parkeernormen steeds vaker in bestemmingsplannen. Om een ontheffing te kunnen verlenen zal er meestal een onderzoek gedaan moeten worden naar bijvoorbeeld de parkeerdruk in de omgeving. Als uit het onderzoek blijkt dat openbare parkeerplaatsen in de buurt onbenut blijven, kan dat reden zijn om ontheffing te verlenen van de eis dat op eigen terrein in de parkeerbehoefte moet worden voorzien.

Afwijking van het bestemmingsplan of een nieuw bestemmingsplan

Moet er om de ontwikkeling mogelijk te maken worden afgeweken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) of een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld dan zijn de eisen rondom parkeren strenger. Op grond van de rechtspraak van de Afdeling moet de gemeente dan beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe de nieuwe ontwikkeling zich daartoe verhoudt. Het is dus niet voldoende als het bouwplan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Als door de nieuwe ontwikkeling bijvoorbeeld bestaande parkeerplaatsen komen te vervallen, moet de gemeente inzichtelijk maken waarom dat aanvaardbaar is. Daarbij moet de gemeente bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen uitgaan van een representatieve invulling van hetgeen volgens het geldende bestemmingsplan mogelijk is. Als de gemeente niet inzichtelijk maakt hoe een nieuwe ontwikkeling zich verhoudt tot het reeds bestaande parkeertekort zal dat leiden tot een vernietiging van de vergunning of het bestemmingsplan door de rechter.

Vragen over parkeren in relatie tot het omgevingsrecht? Stel ze gerust aan één van de specialisten bestuursrecht van Rensen Advocaten.

 
Mr. P.G. (Paul)
Wemmers
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
wemmers@rensenadvocaten.nl
Meer over Paul