Blog

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

25-01-2018

Enige maanden geleden werd in één van onze blogs het artikel gepubliceerd dat mijn kantoorgenoot Bart Breederveld schreef in het Advocatenblad. Het artikel ging over het wetsvoorstel beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen, een toen reeds aangenomen, maar nog niet in werking getreden nieuwe wet. Inmiddels is het 1 januari 2018 geweest en heb ik de eerste vragen van cliënten mogen ontvangen over het wetsvoorstel dat sinds deze maand van kracht is. Tijd dus om nog eens kort op een rijtje te zetten wat er precies is veranderd.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Voorhuwelijks vermogen

Op het moment dat twee mensen met elkaar trouwen en zij van tevoren geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, ontstaat van rechtswege een gemeenschap van goederen. Dit uitgangspunt is niet gewijzigd met de nieuwe wet. Een verandering is echter wel wat er precies tot die gemeenschap van goederen behoort. Vóór 1 januari 2018 werden alle goederen en schulden die tot het vermogen van één der echtgenoten behoorden, gemeenschappelijk. Dus ook de voorhuwelijkse goederen en schulden. Als Jan dus al een huis bezat en hij trouwde met Marie, dan werd het huis voor de helft van Marie. De nieuwe wet gaat uit van een beperkte gemeenschap van goederen. Al hetgeen de echtgenoten aan goederen en schulden vóór de huwelijksvoltrekking hadden, blijft privé. Het huis dat Jan al vóór het huwelijk in eigendom had, blijft na het huwelijk dus alleen van Jan. Een groot verschil met de oude regelgeving.

Schenkingen en erfenissen

Een ander verschil is hoe er wordt omgegaan met schenkingen en erfenissen. In de ‘oude’ gemeenschap van goederen was het zo geregeld dat een erfenis/schenking die één van de echtgenoten ontving, tot het gemeenschappelijk vermogen ging behoren. Dit was alleen anders als de erflater/schenker een zogenaamde uitsluitingsclausule had verbonden aan de erfenis/schenking. Dit is een bepaling dat de erfenis/schenking niet tot het gemeenschappelijk vermogen van de ontvanger zal gaan behoren. In de nieuwe wet geldt nu juist het tegenovergestelde. Als één van beide echtgenoten een gift of schenking ontvangt, dan blijft deze automatisch buiten het gemeenschappelijk vermogen. Een uitsluitingsclausule is dus niet meer nodig.

Risico’s

Is een uitsluitingsclausule dan nooit meer nodig? De nieuwe wet klinkt redelijk simpel. Toch is dit niet het geval. De gevaren van de nieuwe wet zitten ‘m in de wijze waarop de echtgenoten tijdens hun huwelijk de administratie doen. Veel meer dan vroeger dient namelijk goed te worden bijgehouden welk vermogen nu privé en welk vermogen nu gemeenschappelijk is. Gebeurt dat niet en kan één van de echtgenoten niet bewijzen dat een goed van hem of haar privé is, dan bepaalt de nieuwe wet dat het goed geacht wordt gemeenschappelijk te zijn. Een simpel voorbeeld: als Marie bij aanvang van het huwelijk een zeer exclusief sieraad bezit, zij legt dit niet bij de huwelijksvoltrekking vast en zij kan ook niet op een andere manier bewijzen dat zij dit sieraad al voor het huwelijk bezat, dan wordt het sieraad geacht gemeenschappelijk te zijn en moet het bij een eventuele echtscheiding met Jan worden gedeeld.

Bent u vóór 1 januari 2018 gehuwd? Dan verandert er niets voor u. Het nieuwe recht is alleen van toepassing op huwelijken die na deze datum gesloten worden. Heeft u plannen om na 1 januari 2018 te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan? Dan raad ik u aan zich goed te laten voorlichten.

Er zijn nog meer gevolgen verbonden aan de nieuwe wet die niet hierboven beschreven staan en buiten het bestek vallen van deze korte blog. Wij kunnen u advies geven die specifiek op uw situatie gericht is. Neem gerust contact met ons op zodat u niet achteraf voor vervelende verrassingen komt te staan! 

 
Mr. M.J. (Mirte)
van Lingen
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
vanLingen@rensenadvocaten.nl
Meer over Mirte