Blog

De welles-nietesdiscussie naar voren halen.

Het voorlopige getuigenverhoor en deskundigenonderzoek.

01-11-2017

Partijen staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Er is wel of niet overeenstemming bereikt. Er is wel of niet een fout gemaakt. Er is wel of niet al meer dan twintig jaar een schutting aanwezig. Er is wel of niet betaald. Uiteindelijk beslist de rechter over het welles en het nietes. Partijen zijn dan (gemakkelijk) een jaar verder en hebben hoge kosten gemaakt. Kan dat niet anders?

Deel dit artikel

Naar het overzicht
Casus 1
Een opdrachtgever laat zijn architect een bedrijfshal ontwerpen. Een aannemer bouwt de hal. Na de oplevering ontstaat er lekkage. De deskundige van de opdrachtgever vindt dat de aannemer het werk verkeerd heeft uitgevoerd. De deskundige van de aannemer vindt dat er een fout in het ontwerp zit. Dat is de schuld van (de architect van) de opdrachtgever. De aannemer weigert de lekkage te verhelpen. Waar de welles-nietesdiscussie over gaat, is duidelijk. De aannemer deed zijn werk wel of niet goed.
 
Casus 2
Een leverancier van geurkaarsen onderhandelt met de directeur van een winkelketen. De winkelier wil de geurkaarsen vijf jaar in zijn winkels verkopen. De onderhandelingen gaan goed. De leverancier maakt een overeenkomst, zet een handtekening en stuurt de overeenkomst naar de winkelier. Die zet echter geen handtekening en gaat in zee met een andere partij. Ook hier is duidelijk waar de welles-nietesdiscussie over gaat. Er was wel of niet een deal gesloten.
 
De normale procedure
Meestal gaat het in een procedure als volgt. De ene partij laat de andere partij dagvaarden. De andere partij voert verweer. Daarna ligt de welles-nietesdiscussie op het bureau van de rechter. De rechter moet een knoop doorhakken en geeft daarom bewijsopdrachten. Zo zal de opdrachtgever moeten bewijzen dat de aannemer iets fout heeft gedaan en zal de leverancier moeten bewijzen dat hij overeenstemming had bereikt met de winkelier.
 
De opdrachtgever zal een deskundige laten benoemen door de rechter. Die deskundige moet uitzoeken of de aannemer een fout heeft gemaakt of dat de fout is gemaakt door de architect. De leverancier zal getuigen willen laten horen door de rechter. De deskundige wordt benoemd en getuigen worden gehoord. Na het oordeel van de deskundige is wel duidelijk dat de aannemer een fout heeft gemaakt. Hij is afgeweken van het onderwerp. Het getuigenverhoor gaat minder goed. Er was toch geen overeenstemming over de prijs.
 
Een jaar nadat de dagvaarding was uitgebracht komt er een vonnis. De opdrachtgever wint van de aannemer, maar de leverancier verliest van de winkelier.
 
Kan dit anders?
De wet biedt een duidelijk alternatief. Partijen kunnen vragen om een voorlopig getuigenverhoor of om een voorlopig deskundigenonderzoek. Dat komt er feitelijk op neer dat de rechter de bewijslevering naar voren haalt. Voordat er gedagvaard wordt, wordt een deskundige benoemd of worden getuigen gehoord. Het doel hiervan is het opheffen van onzekerheden. En zo kan soms een langslepende en kostbare procedure voorkomen worden. Als de leverancier eerder getuigen had kunnen laten horen, wist hij ook eerder dat hij zijn bewijs niet zou kunnen leveren. Hij had zich een procedure kunnen besparen. Als de opdrachtgever eerder een (gerechtelijk) deskundigenonderzoek had laten verrichten, was eerder duidelijk geweest dat de aannemer een fout had gemaakt. Wellicht had de aannemer dan wel de lekkage willen verhelpen.
 
Het vragen om een voorlopig deskundigenonderzoek of een voorlopig getuigenverhoor gaat met een verzoekschrift. Dat is ook gewoon een procedure, maar de behandeling daarvan gaat veel sneller dan een inhoudelijke procedure over de welles-nietesdiscussie. Het gebeurt zelden dat de rechter een verzoek tot het benoemen van de deskundige afwijst of weigert getuigen te laten horen.
 
Natuurlijk heeft het niet altijd zin om voorafgaand aan de dagvaarding getuigen te laten horen of een deskundige een onderzoek te laten doen. Het is echter in alle gevallen goed eerst naar bewijsmogelijkheden en -onmogelijkheden te kijken, voordat een dagvaarding de deur uit gaat. Welke partij zal vermoedelijk de bewijsopdracht krijgen? Welke feiten zijn van belang? Kunnen die feiten bewezen worden? Als er twijfel is over de kracht van de eigen bewijsmiddelen of over de eigen bewijspositie, kan het de moeite lonen de welles-nietesdiscussie naar voren te halen. Dat kan nodeloos procederen voorkomen. Sneller duidelijkheid, minder kosten en – soms – eerder een oplossing met de wederpartij!
 
Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen of wilt u meer weten over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met een van onze specialisten op het gebied van onderneming en onroerend goed.
 
 
Mr. K. (Kasper)
Straathof
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Straathof@rensenadvocaten.nl
Meer over Kasper