Blog

Opnieuw perspectief voor topfunctionaris

Opnieuw perspectief voor topfunctionaris

06-03-2017

Topfunctionarissen die werkzaam zijn in de (semi)publieke sector, mogen niet teveel verdienen. Ook mogen zij bij een ontslag geen extreme vergoedingen mee krijgen. Dat heeft de wetgever met de invoering van de Wet Normering Topinkomens (WNT) in 2013 al bepaald.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Topfunctionarissen die werkzaam zijn in de (semi)publieke sector, mogen niet teveel verdienen. Ook mogen zij bij een ontslag geen extreme vergoedingen mee krijgen. Dat heeft de wetgever met de invoering van de Wet Normering Topinkomens (WNT)  in 2013 al bepaald.

De (semi)overheidsbestuurder mag geen ontslagvergoeding ontvangen hoger dan een jaarsalaris, met een maximum van EUR 75.000,- bruto. Deze wet sluit meteen, tot grote frustratie van de praktijk, bijna alle sluipwegen naar een hogere ontslagvergoeding af. Alle uitkeringen wegens het beëindigen van het dienstverband worden voor de WNT op één hoop gegooid, met uitzondering van uitkeringen die ‘rechtstreeks, dwingend en eenduidig’ voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao of een wettelijk voorschrift.  Dit zijn namelijk bepalingen waar partijen, aldus de wetgever, geen invloed op kunnen uitoefenen. Zakelijke onkostenvergoedingen, een doorbetaalde periode van vrijstelling van werk, of een periode waarin andere (lagere) arbeid wordt verricht, tellen wel mee en moeten samengeteld onder de gemaximeerde ontslagvergoeding uit de WNT blijven.

Nu is in 2015 de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking getreden, met daarin de bepaling dat na minimaal twee jaar werken, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever in principe aan de werknemer een transitievergoeding moet worden betaald volgens een vaste formule, gemaximeerd op een bedrag van EUR 77.000,- (2017) óf, voor zover dat hoger is, een jaarsalaris. Een wettelijke ontslagvergoeding dus. Saillant detail is dat deze niet van toepassing is wanneer partijen voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een vaststellingsovereenkomst sluiten. In een vaststellingsovereenkomst kunnen partijen dus in principe afspreken wat zij willen.  

De WWZ is overigens (nog) niet van toepassing op ambtenaren. Ambtelijke topfunctionarissen komen dus niet in aanmerking voor een transitievergoeding. Zij kunnen naast de WNT nog wel vaak aanspraak maken op een bovenwettelijke uitkering. 

Van zowel de WNT als de WWZ kun je iets vinden. Maar hoe zit het wanneer bij een ontslag beide regelingen van toepassing zijn?  De transitievergoeding voor ‘gewone’ werknemers is soms hoger dan de maximale WNT-vergoeding. Kunnen topfunctionarissen in loondienst hier dan geen aanspraak op maken en andere werknemers, die niet onder de WNT vallen, wel? De wetgever heeft bij de invoering van de WWZ in 2015 geen rekening gehouden met de WNT.

In een recente uitspraak [1] heeft de rechtbank Amsterdam opnieuw korte metten gemaakt met de onduidelijkheid.

De topfunctionaris in kwestie was in dienst bij een (semi)publiekrechtelijke verzekeringsmaatschappij. Op deze werkneemster zou zowel de transitievergoeding als de WNT-norm van toepassing zijn. Zij kwam met haar werkgever in een vaststellingsovereenkomst een ontslagvergoeding van EUR 226.596,09 overeen. Dit bedrag is lager dan haar wettelijke transitievergoeding (dus lager dan een jaarsalaris), maar aanzienlijk hoger dan de maximale WNT-vergoeding van EUR 75.000,-. Naast de vergoeding, sprak zij af dat zij gedurende de opzegtermijn haar functie zou neerleggen en in de plaats daarvan, met behoud van haar oude salaris, lager ingeschaalde werkzaamheden zou verrichten. Het verschil in schaal bedroeg EUR 1.370,89. Verder zou de werkgever EUR 8.000,- van haar advocaatkosten vergoeden.  Kortom, een regeling die onder de WWZ prima kan, maar waarbij de WNT wel eens lelijk roet in het eten zou kunnen gooien.

De rechter oordeelde, in lijn met eerdere uitspraken, dat er een transitievergoeding mag worden uitgekeerd die hoger is dan het WNT-maximum van EUR 75.000,- bruto. Samentelling van de transitievergoeding en andere vergoedingen is slechts mogelijk indien deze tezamen onder het maximum van de WNT-norm vallen. Kortom, wanneer er én een transitievergoeding én een aanvullende ontslagvergoeding wordt betaald, geldt voor het samengetelde wel het WNT-maximum.

Ook het tijdens de opzegtermijn doorbetaald werken in een lager ingeschaalde functie (waarmee feitelijk EUR 1.370,89 per maand teveel betaald werd), hoefde in dit geval niet op de transitievergoeding in mindering te worden gebracht. 

De advocaatkosten kunnen, aldus (ook) deze rechter, buiten de gemaximeerde WNT-ontslagvergoeding om worden vergoed onder de voorwaarde dat deze vergoeding ook tijdens het dienstverband toegelaten zou zijn.

Het is opmerkelijk is dat een in een vaststellingsovereenkomst door partijen vrij bepaalde vergoeding  wordt opgevat als een uitkering die ‘rechtstreeks, dwingend en eenduidig’ voortvloeit uit een wettelijk voorschrift. Desondanks lijkt het gerechtvaardigd om de bovengrens van ontslagvergoedingen voor topfunctionarissen gelijk te stellen met de wettelijke transitievergoeding zoals die voor alle andere werknemers ook geldt. Dit is tenslotte een duidelijke wettelijke regeling. Kortom, deze uitspraak biedt wederom een prettig perspectief voor ontslagscenario’s van topfunctionarissen. 


[1] ECLI:NL:RBAMS:2017:891

 
Mr. E.A.TH. (Esther)
Den Haan-van Wijk
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
denHaan-vanWijk@rensenadvocaten.nl
Meer over Esther