Blog

Afwijken van het bestemmingsplan.

Afwijken van het bestemmingsplan.

06-02-2017

Beroep gegrond maar niet gewonnen! Hoe kan dat?

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Wetgeving is aan verandering onderhevig, zeker in het omgevingsrecht, en procedures duren soms jaren. Wat eerst niet kon, blijkt een paar jaar later wel te kunnen. Hoe gaat de bestuursrechter daar mee om? Een korte blog over dit onderwerp naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State van 21 december 2016 [1].

In de gemeente Emmen wil een onderneming in een bestaand gebouw een zogeheten wereldrestaurant beginnen. Een redelijk groot restaurant, want het betreft een vloeroppervlakte van bijna 2.000 m2. Het bestemmingsplan staat het gebruik van het gebouw als restaurant niet toe. Het college van burgemeester en wethouders (het college) verleent daarom op 19 augustus 2014 een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. De concurrent maakt bezwaar, krijgt geen gelijk. Gaat in beroep bij de rechtbank, maar dat wordt ongegrond verklaard . Uiteindelijk doet de Raad van State op 21 december 2016 (ruim twee jaar later) in hoger beroep een (eind)uitspraak. In de tussentijd is het Besluit omgevingsrecht (Bor) gewijzigd en dat is niet onbelangrijk voor de uitkomst van het hoger beroep.

Toen het college op 19 augustus 2014 een besluit nam, stond er in het Bor dat het college kan besluiten om een vergunning te verlenen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan mits de oppervlakte niet meer dan 1.500 m2 bedraagt. Boven de 1.500 m2 is – kort samengevat – niet het college bevoegd, maar de raad. In ieder geval moet de raad van de gemeente dan een verklaring van geen bedenkingen afgeven.

Door een wijziging van het Bor per 1 november 2014 is de grens van 1.500 m2 losgelaten. Op grond van artikel 4, negende lid, van bijlage II van het Bor kan het college zelfstandig, dus zonder instemming van de raad, besluiten om af te wijken van het bestemmingsplan, en medewerking te verlenen aan bouwplannen waarbij het gebruik van een bestaand gebouw wordt gewijzigd. Het bebouwde oppervlakte en het bouwvolume mag niet toenemen, maar verder is er geen beperking.

Kortom, op 19 augustus 2014 mocht het college niet beslissen op de aanvraag, maar anno 2016 wel. Omdat het college tijdens de zitting duidelijk had gemaakt dat een identieke aanvraag opnieuw op de medewerking kon rekenen, heeft de Raad van State het beroep gegrond verklaard, de beslissing van de gemeente vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Met andere woorden: wel gelijk maar geen resultaat. Zo kan het dus ook gaan in het bestuursrecht.



[1]ECLI:NL:RVS:2016:3395

 
Mr. P.G. (Paul)
Wemmers
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
wemmers@rensenadvocaten.nl
Meer over Paul