Blog

Financiering van voorraden, nu makkelijker.

Financiering van voorraden, nu makkelijker.

15-07-2016

Als een bank een financiering verstrekt aan een bedrijf zal de bank daarvoor in ruil altijd zogenoemde zekerheden verlangen.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Als een bank een financiering verstrekt aan een bedrijf zal de bank daarvoor in ruil altijd zogenoemde zekerheden verlangen. Dit doorgaans in de vorm van een pandrecht op debiteuren, inventaris en voorraad.

Een winkelbedrijf,  bijvoorbeeld in de elektronica, heeft een aanzienlijke voorraad. Voor de aanschaf van deze voorraad is veel financiering nodig. Echter, vaak is de voorraad in het magazijn nog niet (geheel) in eigendom van het bedrijf zelf. Dit komt omdat leveranciers onder eigendomsvoorbehoud leveren. Dat wil zeggen: het winkelbedrijf wordt pas eigenaar als de factuur van de leverantie is betaald. Of sterker: het bedrijf wordt pas eigenaar als àlle facturen van de leverancier zijn betaald.  Toch is de hele voorraad in de voorraadadministratie van het winkelbedrijf opgenomen. Dit is op zich geen probleem, behalve…. als er een faillissement wordt uitgesproken.

Bij faillissement blijkt de bank een pandrecht te claimen op een voorraad die nog helemaal niet van de het bedrijf is. Dan blijkt het pandrecht voor de bank een lege dop. Want een pandrecht op goederen van een ander dan de geldnemer werkt uiteraard niet. Die goederen gaan terug naar de leverancier.

Soms staat er van een bepaald merk een aanzienlijke voorraad in het magazijn, terwijl er nog maar een klein aantal facturen openstaat. De hele voorraad is dan nog van de leverancier. Maar onder de voorwaarde dat alle facturen worden betaald, kan de boedel eigenaar worden. Een voorwaardelijk eigendom dus. De curator kan besluiten die openstaande facturen te betalen. Op dat moment wordt het bedrijf (lees: de boedel) eigenaar van de goederen. Die gaan dus niet terug naar de leverancier. Ook hierop claimt de bank vervolgens een pandrecht te hebben. Maar dat is pas ontstaan op het moment dat de boedel eigenaar werd. Dit kan niet, was altijd de gedachte in de rechtspraak. Na faillissement konden er geen nieuwe pandrechten ontstaan.

Tot voor kort viste de bank achter het net, want goederen die pas ná faillissement in eigendom komen, vallen niet onder het pandrecht. Echter,  in juni van dit jaar heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat ook het voorwaardelijk eigendomsrecht op voorraad onder het pandrecht valt. Met andere woorden: de opbrengst van de voorraad is voor de bank als pandhouder en niet voor de boedel, lees: de overige schuldeisers.

Dit geeft de bank een nog sterkere positie in de situatie van een faillissement. Maar anderzijds: als de bank niet zeker is van het bestaan van het pandrecht, zal de bank terughoudend zijn met financieren. Dat probleem heeft de Hoge Raad nu opgelost. Banken kunnen met minder risico aan voorraadfinanciering doen. En dit pakt positief uit voor de gezonde bedrijven die veel moeten investeren in een voorraad. Zie voor de uitspraak:

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2016:1046

 
Mr. M.A. (Marc)
Le Belle
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
LeBelle@rensenadvocaten.nl
Meer over Marc