Blog

Alles is relatief! Ook in het bestuursrecht?

Alles is relatief! Ook in het bestuursrecht?

21-12-2015

In het bestuursrecht kennen we het relativiteitsvereiste. Het is mogelijk dat een met de wet strijdig besluit ‘gewoon’ in stand wordt gehouden door de rechter.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Einstein formuleerde de relativiteitstheorie. Een eenvoudige formule (E=mc2), maar een ingewikkelde theorie. In het bestuursrecht kennen we het relativiteitsvereiste. Dit vereiste houdt in dat de bestuursrechter een besluit dat in strijd is met een wettelijke norm of een norm van ongeschreven recht niet vernietigt, als die norm ‘kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept’. Het is dus mogelijk dat een met de wet strijdig besluit ‘gewoon’ in stand wordt gehouden door de rechter.

Voorbeeld. Een gemeente wil uitbreiden. De gemeenteraad stelt een bestemmingsplan vast dat voorziet in een nieuwbouwwijk. De bewoners van de naastgelegen wijk zijn tegen. Ze willen hun uitzicht en groene leefomgeving behouden. Ze voeren in beroep o.a. aan dat de bewoners van de nieuw te bouwen woningen geluidsoverlast van het spoor zullen ondervinden en ze kunnen dat met klinkende geluidsrapporten volledig onderbouwen. Dat kan zo zijn, maar de norm uit de Wet geluidhinder waarop de desbetreffende bewoners zich beroepen, is er enkel en alleen om de toekomstige bewoners te beschermen. Hun beroep kan, hoewel gegrond, niet leiden tot vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

In eerste instantie was het relativiteitsvereiste onderdeel van de alom bekende Crisis- en herstelwet. De wetgever had bij de invoering van dit vereiste een economisch motief. Namelijk de uitvoering van in de Crisis- en herstelwet benoemde bouwprojecten versnellen. Minder vernietigingen van besluiten moesten daaraan bijdragen. Later heeft de wetgever de werking van het bestuursrechtelijk relativiteitsvereiste uitgebreid tot het hele bestuursrecht door het op te nemen in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht. Dat zou ook bij moeten dragen aan een snel en ‘slagvaardig’ bestuursprocesrecht.

Na de invoering van het relativiteitsvereiste heeft de Raad van State meermaals geoordeeld dat het relativiteitsvereiste aan vernietiging van een besluit in de weg staat. Met name in zaken waarbij concurrenten (zoals supermarkten en bouwmarkten) beroep instellen tegen een bestemmingsplan. Veelal is er géén causaal verband tussen de geschonden norm (bijvoorbeeld ladder van duurzame verstedelijking en/of geluid- en parkeernormen) en het belang waaraan de concurrent zijn beroepsrecht ontleent.

Dit jaar vroeg de Raad van State in een zaak rondom een bouwmarkt (Hornbach) waartegen een concurrent (Praxis) beroep had ingesteld advies aan staatsraad advocaat-generaal mr. Widdershoven. De Raad van State wilde weten of er ruimte moet zijn voor een correctie op het relativiteitsvereiste als de norm die wordt geschonden, tevens in strijd is met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm die wel geacht wordt de belangen van een concurrent te beschermen. A‑G Widdershoven vindt dat deze ruimte er moet zijn. Hij heeft de Raad van State 2 december 2015 geadviseerd om de toepassing van het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht te corrigeren. Een concurrent of omwonende zou wat hem betreft met een beroep op het gelijkheids- of het vertrouwensbeginsel moeten kunnen bewerkstelligen dat de bestuursrechter alsnog een besluit toetst aan een norm die strikt genomen niet zijn of hun belangen beoogt te beschermen.

De vraag is of de Raad van State het advies van A-G Widdershoven zal overnemen. Als dat gebeurt dan is de verwachting dat er in de praktijk niet veel zal veranderen. Het blijkt namelijk erg moeilijk om aan te tonen dat het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel is geschonden. Het komt zelden voor dat een appellant erin slaagt om aannemelijk te maken dat er rechtens bindende toezeggingen zijn gedaan of dat er sprake is van een gelijk geval.

Ook in het bestuursrecht is `alles` vooralsnog dus relatief!
 

 
Mr. P.G. (Paul)
Wemmers
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
wemmers@rensenadvocaten.nl
Meer over Paul