Blog

Kinderopvangkosten en kinderalimentatie

Kinderopvangkosten en kinderalimentatie

10-11-2015

Het is een vraag die mij vaak gesteld wordt als ik een cliënt de kinderalimentatieberekening uitleg: ‘en daar zitten de kosten van de kinderopvang dan al bij in?’ Een eenduidig antwoord op deze vraag heb ik tot op heden nooit kunnen geven. Recente rechtspraak maakt maar weer eens duidelijk dat het ook niet zo eenvoudig ligt.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Eerder in deze blogs is door mijn kantoorgenote(n) uiteengezet hoe een bedrag aan kinderalimentatie wordt berekend. De hoogte van kinderalimentatie is afhankelijk van de behoefte van een kind. De behoefte wordt berekend aan de hand van speciale inkomenstabellen. Afhankelijk van de leeftijd van een kind geldt: hoe hoger het gezinsinkomen waarvan werd geleefd, hoe hoger de behoefte van het kind. In het tabelbedrag zijn alle normale kosten van het kind begrepen, waaronder voeding, kleding en school. Sommige kosten zijn echter zo uitzonderlijk dat deze niet begrepen zijn in de standaard kosten van het kind. Deze moeten bij het gevonden bedrag uit de tabel worden opgesteld. Het ‘rapport alimentatienormen’ noemt als voorbeeld van deze bijzondere kosten: de kosten van topsport, privélessen of hoge oppaskosten in verband met de verwerving van inkomsten.

Volgens het rapport is echter uit onderzoek van het CBS gebleken dat ouders die hoge opvangkosten maken voor hun kind, vaak geen hogere totale kosten hebben aan dit kind. Kennelijk wordt er vaak weer op andere uitgaven van het kind bezuinigd. Dit onderzoek dateert overigens wel uit de tijd vóór de huidige systematiek van kinderopvang. Het onderzoek heeft de discussie doen ontstaan of het wel zo eerlijk is om hoge opvangkosten zomaar bij de behoefte op te tellen.

Uit rechtspraak blijkt dat rechters met deze discussie worstelen: de ene keer worden opvangkosten erbij opgeteld, de andere keer wordt overwogen dat de kosten geacht moeten worden in de behoefte van het kind te zijn begrepen. De Rechtbank Amsterdam koos recent (de uitspraak is helaas niet gepubliceerd) voor een middenweg. Het volgende was het geval: ouders hadden een driejarig zoontje en gingen scheiden. Niet in discussie was dat het kind een basisbehoefte had van € 960,-- per maand. De kinderopvangkosten bedroegen € 1.711,-- per maand. De vraag was hoe met deze kosten moest worden omgegaan. De vrouw (bij wie het kind hoofdverblijf had) was van mening dat de kosten bij  de basisbehoefte moesten worden opgeteld, de man betoogde dat de kosten al deels (voor de helft of 1/3) in de behoefte waren verdisconteerd. De rechtbank volgde (deels) het betoog van de man en overwoog dat van de basisbehoefte van het kind ad € 960,-- per maand 1/3 deel op  kinderopvangkosten zag. De behoefte van het kind (naast de reële opvangkosten) bedroeg dus nog € 640,-- per maand, in welk bedrag partijen naar rato van hun draagkracht moesten voorzien.

Van belang in deze uitspraak is dat deze ouders de hoge opvangkosten al maakten tijdens hun relatie. In dat geval gaat kennelijk nog (deels) de uitkomst van het CBS-onderzoek op, namelijk dat ouders kennelijk op andere uitgaven voor het kind hebben bespaard tijdens de relatie. Maakten ouders tijdens de relatie nooit opvangkosten en moeten deze kosten wel gemaakt worden nu zij uit elkaar gaan, dan is de kans groter dat de kosten volledig bij de behoefte uit het tabelbedrag moeten worden opgeteld.

 
Mr. M.J. (Mirte)
van Lingen
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
vanLingen@rensenadvocaten.nl
Meer over Mirte