Blog

Wet werk en zekerheid en de uitzonderingen voor bestuurders van verschillende rechtspersonen

Wet werk en zekerheid en de uitzonderingen voor bestuurders van verschillende rechtspersonen

01-10-2015

In het algemeen kan gesteld worden dat bestuurders van rechtspersonen arbeidsrechtelijk een zwakkere positie bekleden.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

De Wet Werk en Zekerheid (hierna: “WWZ”) is inmiddels in werking getreden. De bedoeling van de wetgever was om werknemers meer zekerheid en werkgevers meer flexibiliteit te bieden. Met de WWZ is niet beoogd om bestuurders van rechtspersonen te beschermen. Je bent bestuurder wanneer je rechtsgeldig benoemd bent en een statutaire bestuurstaak hebt. Niet iedere directeur is dus in juridische zin ook bestuurder. Bestuurders zijn vaak werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Onder rechtspersonen wordt verstaan de B.V., N.V., een Stichting, Vereniging, Coöperatie, Onderlinge Waarborgmaatschappij of een vergelijkbare vennootschap naar buitenlands recht. De WWZ kent een aantal uitzonderingsbepalingen voor bestuurders. Sommige uitzonderingen gelden voor bestuurders van alle rechtspersonen, andere voor rechtspersonen waarvan op grond van boek 2 BW is bepaald dat herstel van de arbeidsovereenkomst niet mogelijk is, en weer andere voor bestuurders van vennootschappen. Hieronder een korte uiteenzetting van de bijzondere rechtspositie van de verschillende soorten bestuurders in het licht van de WWZ.  

De statutair bestuurder van een vennootschap (B.V., N.V. of vergelijkbare buitenlandse vennootschap) bekleedt al geruime tijd een bijzondere positie, nu hij zowel een vennootschapsrechtelijke als arbeidsrechtelijke band met een vennootschap heeft. In 1992 (en opnieuw in 2005) heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat wanneer de vennootschapsrechtelijke band is verbroken, hiermee in beginsel ook de arbeidsrechtelijke band is verbroken. De vennootschapsrechtelijke band wordt verbroken door een rechtsgeldig besluit van (meestal) het orgaan dat bevoegd was tot benoeming, namelijk de algemene vergadering van aandeelhouders of de raad van commissarissen. De arbeidsovereenkomst eindigt dan na zo’n besluit, zonder dat voorafgaande toetsing door de rechter of het UWV hoeft plaats te vinden. Dit is anders wanneer de bestuurder ziek is of wanneer de bestuurder feitelijk alleen op papier bestuurder was. De bestuurders van andere rechtspersonen (Stichting, Vereniging, Coöperatie, Onderlinge Waarborgmaatschappij) genoten op grond van de oude regelgeving van het BBA wel ontslagbescherming. Dit houdt in dat de werkgever voorafgaand aan het ontslag toestemming van het UWV of de kantonrechter nodig heeft. Het BBA is met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid afgeschaft, maar dit heeft voor het ontslag van deze groep bestuurders geen invloed. De preventieve ontslagtoets blijft dan ook bestaan.

Een aantal beschermingsbepalingen die met de WWZ is ingevoerd, geldt niet voor de statutair bestuurder van een vennootschap (dus de B.V., N.V., of vergelijkbare buitenlandse vennootschap). Zo is voor een rechtsgeldige opzegging door de werkgever niet de instemming van de bestuurder vereist. Dit is op zichzelf logisch in het licht van het bovengenoemde principe dat wanneer de vennootschapsrechtelijke band met de onderneming wordt beëindigd, ook de arbeidsovereenkomst eindigt.

Ook kan de bestuurder van een NV, BV, Vereniging, Coöperatie of Onderlinge Waarborgmaatschappij geen beroep doen op de door de WWZ ingevoerde bedenktijd, oftewel de ‘spijtoptantenregeling’. Deze houdt in dat een werknemer binnen twee weken terug mag komen op een vaststellingsovereenkomst of de door hem verleende instemming op de opzegging door de werkgever. Deze bestuurder kan ook geen herstel van de arbeidsovereenkomst verzoeken na een opzegging. (NB: een stichting-bestuurder kan dit dus op grond van de wet wel!) Dit is in lijn met de wetgeving uit boek 2 BW en ook verdedigbaar vanuit de gedachte dat de onderneming en alle betrokken organen belang hebben bij duidelijkheid over het vertrek van een bestuurder. De bestuurder die niet kan vragen om herstel van de arbeidsovereenkomst kan de rechter wel om toekenning van een billijke vergoeding vragen wanneer hij van oordeel is dat de werkgever van zijn ontslag een ernstig verwijt valt te maken. Wanneer er is opgezegd zonder inachtneming van de opzegtermijn, kan elke bestuurder alleen nog het loon over deze termijn vorderen. In het oude recht kon dan een ‘gefixeerde schadevergoeding’ worden gevorderd, die iets breder is. Een andere kwetsbaarheid van de bestuurder van een rechtspersoon is dat bij de beloning en eventuele transitievergoeding of billijke vergoeding veelal rekening moet worden gehouden met de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen (de “WNT”).  

Eén van de meest besproken gevolgen van de WWZ is tenslotte de wijziging van artikel 7:668a, de zogenaamde "ketenregeling". Deze houdt in dat voor een reeks tijdelijke contracten die een periode van 24 maanden hebben overschreden, de laatste geldt voor onbepaalde tijd. Ook wanneer meer dan drie tijdelijke contracten zijn gesloten, geldt de vierde voor onbepaalde tijd. Dit alles tenzij er een tussenpoos van meer dan zes maanden tussen de contracten heeft gezeten. Voor de bestuurder van een rechtspersoon kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Dit betreft dus alle bovengenoemde bestuurders, inclusief de bestuurder van een stichting. Voor hen geldt dus dat langer dan een periode van 24 maanden tijdelijke arbeidsovereenkomsten mogen worden gesloten. In de verlengde arbeidsovereenkomst moet dan wel staan dat er is afgeweken van de termijn. Let wel: er mogen nog steeds maximaal drie contracten worden gesloten. Het vierde geldt, ongeacht wat is afgesproken, voor onbepaalde tijd.

In het algemeen kan gesteld worden dat bestuurders van rechtspersonen arbeidsrechtelijk een zwakkere positie bekleden. De achterliggende gedachte is dat het persoonlijke belang van de bestuurder moet kunnen wijken voor het belang van de rechtspersoon bij een goed bestuur. Ook speelt mee dat bestuurders over het algemeen een minder kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben. Hieraan heeft de WWZ dus niet veel veranderd.

 
Mr. E.A.TH. (Esther)
Den Haan-van Wijk
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
denHaan-vanWijk@rensenadvocaten.nl
Meer over Esther