Blog

Hoge drempel bij aansprakelijkheid bestuurders

Hoge drempel bij aansprakelijkheid bestuurders

13-08-2015

Nu Imtech is omgevallen, zullen veel crediteuren (bijvoorbeeld onderaannemers) zich afvragen of de bestuurders van Imtech aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Immers bij Imtech zal niets meer te halen zijn voor de gewone schuldeiser (concurrente crediteur). Het uitgangspunt is echter dat in beginsel alléén de vennootschap aansprakelijk is voor de schulden. Slechts in zeer bijzondere gevallen kan over de vennootschap heen worden gesprongen naar de bestuurder.

Waarom is er zo’n hoge drempel? De gedachte van de Hoge Raad is dat ondernemers (bestuurders) nu eenmaal risico moeten kunnen nemen. De Hoge Raad wil niet dat een bestuurder telkens bij elke beslissing na moet denken over de vraag of hij misschien niet persoonlijk aansprakelijk is. Dat zou maar defensieve ondernemers opleveren en dat moeten we niet willen (kennelijk).

Gevolg van de lijn in de rechtspraak is dat er slechts mondjesmaat doorgepakt kan worden naar de bestuurder. Een voorbeeld uit het oosten van het land: bouwbedrijf A geeft tot en met mei 2013 doorlopend opdrachten aan een onderaannemer. De rekeningen blijven tot een bedrag van € 150.000,-- onbetaald. Op 6 juni 2013 vraagt bouwbedrijf A het faillissement aan. De reden: de Belastingdienst heeft de betalingsregeling opgezegd en de liquiditeitspositie is erg slecht.

Inmiddels blijkt ná faillissement dat bouwbedrijf A een negatief eigen vermogen had van € 1.100.000,-- en een negatief werkkapitaal van € 1.900.000,--. Ook had bouwbedrijf A enige maanden voor faillissement al betalingsonmacht bij de Belastingdienst gemeld. Deze verplichting rust op bestuurders van een vennootschap om in ieder geval aansprakelijkheid jegens de Belastingdienst te voorkomen. Hoe dan ook: je zou zeggen dat de bestuurders wisten dat de onderneming er erg slecht voorstond.

De onderaannemer spreekt de bestuurders aan. Hij vindt dat de bestuurders hem hadden moeten waarschuwen voor de slechte financiële positie. Ook vindt hij dat de bestuurders te verwijten valt dat zij steeds opdrachten aan hem hebben gegeven, terwijl zij op hun klompen hebben moeten aanvoelen dat de facturen nooit betaald zouden worden. Op het eerste gezicht lijkt de onderaannemer een goede zaak te hebben.

De rechtbank hanteert echter de hoge drempel. De rechtbank vindt het normaal dat de bestuurders de onderneming zo lang mogelijk hebben voortgezet. Dat hoort nu eenmaal bij ondernemen. Bovendien was er nog kredietruimte bij de bank, werd er nog onderhandeld met eventuele investeerders en liep er eind mei 2013 een betalingsregeling met de fiscus (die overigens niet goed werd nagekomen). De rechtbank achtte de bestuurders niet aansprakelijk.

Ook vond de rechtbank dat de bestuurders de onderaannemer niet hadden hoeven te waarschuwen. Als de bestuurders crediteuren zouden moeten waarschuwen, dan heeft dit een averechts effect op de vennootschap en dan leidt dit nog veel sneller tot een faillissement. Dat is de afweging van de rechtbank. En hier kun je het allicht mee oneens zijn.

De bestuurders van Imtech kunnen voorlopig rustig slapen. Het zal voor een crediteur van Imtech niet meevallen om verhaal bij de bestuurders te halen. De Hoge Raad maakt het teleurgestelde crediteuren niet makkelijk.

 
Mr. M.A. (Marc)
Le Belle
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
LeBelle@rensenadvocaten.nl
Meer over Marc