Blog

Schadevergoeding bij onrechtmatige concurrentie

Schadevergoeding bij onrechtmatige concurrentie

09-03-2015

Op 14 maart 2013 heeft de rechtbank Haarlem in een vonnis bevestigd dat het beconcurreren van je ex-werkgever ook onrechtmatig kan zijn wanneer er geen concurrentiebeding in het contract is opgenomen. Inmiddels is bepaald dat dit ook kan leiden tot een forse schadevergoeding.

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Casus

De casus is als volgt. Bij een ICT-bedrijf waren twee accountmanagers werkzaam. In hun arbeidsovereenkomst was geen concurrentiebeding opgenomen. Zij richtten een concurrerend bedrijf op. Eén van beide werknemers benaderde vanuit het nieuw opgerichte bedrijf de klanten van het ICT-bedrijf, terwijl de ander nog enige tijd in dienst was van het ICT-bedrijf en daar betrokken was bij de offertes en vertrouwelijke informatie had over het aflopen van software licenties, marges, prijsstelling, klantgegevens etc. Op het moment van aflopen van de licenties bij het ICT-bedrijf bracht de ex-werknemer concurrerende offertes uit. Dit heeft hij bij zeven klanten gedaan. Eén van deze klanten is (tijdelijk) overgestapt. De misgelopen marge van het ICT-bedrijf op haar eerdere offerte bedroeg EUR 33.390,10. Bij de andere klanten ontdekte het ICT-bedrijf tijdig dat er een concurrerende offerte was uitgebracht en kon zij na een verlaging van haar prijs of een wijziging van het product, de klanten toch behouden.

Relatiebeding

Op 20 december 2011 is aan de ex-werknemers in kort geding een verbod op het benaderen van relaties van het ICT-bedrijf opgelegd tot 1 januari 2013. Het ICT-bedrijf vorderde in een bodemprocedure echter ook een schadevergoeding van de ex-werknemers, omdat zij stelde dat de ex-werknemers onrechtmatig hebben gehandeld.

Onrechtmatige daad

Op 14 maart 2013 oordeelde de kantonrechter in deze procedure dat de ex-werknemers onrechtmatig hebben gehandeld en dat het aannemelijk was dat het ICT-bedrijf als gevolg daarvan schade heeft geleden. Hoe hoog deze schade precies is en op welke wijze deze aan de ex-werknemers is toe te rekenen, moest worden vastgesteld in een aparte procedure, een zogenaamde schadestaatprocedure.

Schade

In deze schadestaatprocedure, waarvan het vonnis op 24 december 2014 verscheen, vorderde het ICT-bedrijf de schade die voortkwam uit de in het najaar van 2011 misgelopen licentie en hardware, maar ook het verschil tussen de eerdere prijsstelling van licenties bij deze klanten en de lagere nieuwe prijsstelling van eind 2011/begin 2012, de  te verwachten gevolgschade bij de zeven klanten die door de ex-werknemers benaderd zijn tot 1 januari 2015.

De ex-werknemers verweerden zich onder andere door een beroep te doen op de interne richtprijs van het ICT-bedrijf. Deze richtprijs was recentelijk intern verspreid. In dit beleid was tevens opgenomen dat in bepaalde gevallen kon worden afgeweken met toestemming van de Sales-manager. De ex-werknemers stelden dat nu het ICT-bedrijf bij deze klanten aanvankelijk een prijsstelling hanteerde die hoger lag dan haar interne richtprijs en deze prijs ook na het onrechtmatig handelen nooit onder deze richtprijs is gezakt, er feitelijk geen schade kon zijn. Er zou alleen schade zijn wanneer het ICT-bedrijf producten zou verkopen onder haar interne richtprijs. De kantonrechter verwierp dit verweer. Het stond het ICT-bedrijf als ondernemer vrij te bepalen tegen welke prijzen zij haar producten aan haar klanten aanbiedt, ongeacht haar eigen interne prijsbeleid. Dit geldt ook wanneer het ICT-bedrijf haar prijzen soms bewust hoger hield. Er is ook in dat geval geen sprake van eigen schuld van het ICT-bedrijf. Kortom, de door het ICT-bedrijf gevorderde schade op basis van de door haar in het verleden gehanteerde prijzen werd toegewezen.

De kantonrechter verwierp ook het verweer dat geen sprake zou zijn van een causaal verband omdat de ex-werknemers alleen producten aanboden en het ICT-bedrijf ook diensten. Het is niet relevant of het ICT-bedrijf vooral marge heeft moeten inleveren op het product of op de daaraan gekoppelde diensten.

Gevolgschade

Ook de gevorderde schade vanwege latere lagere prijzen voor deze klanten (de gevolgschade) over de periode eind 2011 tot 1 januari 2015 is volledig toegewezen. De kantonrechter oordeelde dat nu de ex-werknemers de klanten van het ICT-bedrijf hebben benaderd kort voordat hun contract bij het ICT-bedrijf afliep, het aannemelijk is dat deze klanten niet zonder meer bereid zullen zijn om na de afloop van het contract een hogere prijs aan het ICT-bedrijf te betalen dan zij de laatste keer hadden gedaan. Aangezien steeds sprake was van licentieovereenkomsten van 6 maanden tot 2 jaar, achtte de kantonrechter de gevorderde gevolgschade over een periode van ongeveer 3 jaar redelijk. Ook is wettelijke rente toegekend over de lagere prijzen vanaf de verschillende momenten van verlenging van de licenties. Het verweer van de ex-werknemers dat de prijzen ook los van de door hen uitgebrachte offertes na verloop van tijd door de markteconomische omstandigheden en concurrentie lager zouden zijn, is daarmee verworpen.

Kortom, na ongeveer drie jaar procederen werd de gevorderde schade door het ICT-bedrijf volledig toegewezen. In totaal bedroeg dit meer dan EUR 200.000,-. Zowel beide ex-werknemers, als hun B.V. zijn hoofdelijk verantwoordelijk voor de betaling van dit bedrag. Ook wanneer geen concurrentiebeding is overeengekomen, kan het concurreren van de ex-werkgever een werknemer dus duur komen te staan!

 

 
Mr. E.A.TH. (Esther)
Den Haan-van Wijk
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
denHaan-vanWijk@rensenadvocaten.nl
Meer over Esther