Blog

Openbaar Onderwijs: geen ambtenaren meer?

Openbaar Onderwijs: geen ambtenaren meer?

27-02-2015

In februari 2015 schreef ik een blog over een opmerkelijke uitspraak van de Rechtbank Gelderland. In die zaak werd aan de hand van de statuten van een stichting voor openbaar onderwijs beoordeeld dat het schoolbestuur volgens de Rechter niet voldeed aan de voorwaarden om een school voor openbaar onderwijs te zijn. In hoger beroep is deze uitspraak teruggedraaid (ECLI:NL:CRVB:2015:2729).

Deel dit artikel

Naar het overzicht

Uitspraak in hoger beroep

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat uit de wet blijkt dat de gemeenteraad kan besluiten dat openbare scholen in stand worden gehouden door een privaatrechtelijke stichting. Met deze mogelijkheid is niet beoogd om afbreuk te doen aan het karakter van het openbaar onderwijs als publiek taakgebied. In de wetsgeschiedenis is expliciet aangegeven dat er, of er nu wordt gekozen voor een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke bestuursvorm, sprake is en blijft van openbaar onderwijs. Ook ten aanzien van de rechtspositie van het personeel bestaat er dus geen verschil: het personeel in dienst van de openbare rechtspersoon en het personeel in dienst van de stichting heeft een ambtelijke aanstelling als het om openbaar onderwijs gaat. Het is dus niet zo dat als de statuten van de stichting voor openbaar onderwijs onverhoopt op enig punt niet geheel en al conform de wet zijn, het karakter van het onderwijs als het ware van rechtswege zal omslaan van openbaar naar bijzonder onderwijs, zodat de werknemers ineens ook geen ambtenaar meer zijn.

Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren

De wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren is in behandeling bij de Eerste Kamer. Op 22 september is het voorstel plenair behandeld. De voortzetting van het debat vindt plaats op 10 november 2015. Er is op 22 september door een van de kamerleden de opmerking gemaakt dat het personeel dat werkzaam is in het openbaar onderwijs ten dele buiten de nieuwe systematiek lijkt te vallen. Wanneer gekeken wordt naar de nadere memorie van antwoord van 21 mei 2015, valt op dat als één van de voordelen van de normalisering wordt genoemd dat de arbeidsvoorwaarden van medewerkers in het bijzonder en in het openbaar onderwijs op dezelfde grondslag geregeld zullen zijn. Verderop in de memorie van antwoord wordt de vraag gesteld of er nog onderwijsinstellingen onder de reikwijdte van de Ambtenarenwet zullen vallen. Daarop is dan het antwoord dat personeelsleden die werkzaam zijn bij instellingen die door gemeenten in stand worden gehouden, ambtenaar zullen blijven in de zin van het nieuwe artikel 1 van de Ambtenarenwet. Op grond van artikel 1 van de nieuwe Ambtenarenwet zijn ambtenaren: zij die krachtens een arbeidsovereenkomst met de overheidswerkgever werkzaam zijn. Dat zou dan betekenen dat er straks in het openbaar onderwijs personeel werkzaam is dat dezelfde status heeft als personeel in het bijzonder onderwijs en dat er daarnaast nog personeel werkzaam is dat wel een arbeidsovereenkomst heeft maar ook onder de Ambtenarenwet valt (zoals straks het geval zal zijn bij gemeenteambtenaren). Het is van belang dat deze weeffout nog uit de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren wordt gehaald, zodat al het personeel in onderwijsinstellingen dezelfde status heeft.

Openbaar Onderwijs: geen ambtenaren meer?

27-02-2015

Medewerkers van openbare scholen zijn ambtenaar. Medewerkers van niet-openbare scholen zijn werknemer in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Rechtszaken over ambtenaren worden behandeld door de bestuursrechter, rechtszaken over werknemers worden behandeld door de kantonrechter. Onlangs werd het ambtenaarschap van medewerkers in het openbaar onderwijs toch weer ter discussie gesteld.

Uitspraak rechtbank Gelderland 5 februari 2015

Een ambtenaar van een schoolbestuur in Apeldoorn vocht een ontslag aan bij de rechtbank Gelderland.  Volgens de rechtbank is de sector bestuursrecht niet bevoegd en moet de kantonrechter over de zaak oordelen.[1]

Op grond van de Wet op het Voorgezet Onderwijs kan de gemeenteraad zelf een school voor openbaar onderwijs in stand houden maar kan de gemeenteraad ook besluiten dat een stichting dat doet. Volgens de wet moet een stichting met een Raad van Toezicht dan in haar statuten aan bepaalde voorwaarden voldoen om een school voor openbaar onderwijs te zijn. Overheersende invloed van de overheid in de Raad van Toezicht van de stichting is van belang.

Rechtbank: School is zonder invloed gemeenteraad op samenstelling RvT niet openbaar

De rechtbank toetst in de Apeldoornse zaak aan de hand van de statuten of de stichting een school voor openbaar onderwijs is en komt tot de conclusie dat er van enige invloed, laat staan van overwegende invloed van de gemeenteraad op de samenstelling van de Raad van Toezicht van de stichting geen sprake is. Daarom voldoet het schoolbestuur volgens de rechter niet aan de voorwaarden om een school voor openbaar onderwijs te zijn en daarom is de medewerker geen ambtenaar.

Kantonrechter Rotterdam: tegenovergesteld oordeel in geval van nagenoeg gelijkluidende statuten

De Kantonrechter te Rotterdam heeft in 2012 aan de hand van de statuten van het schoolbestuur in die zaak, het tegengestelde geoordeeld.[2] De kantonrechter vond juist dat de bestuursrechter bevoegd was.

In beide zaken is in de statuten vermeld dat het bestuur de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en uitdrukkelijke goedkeuring van de gemeenteraden behoeft voor het ontbinden van de stichting. De kantonrechter in Rotterdam leidt daaruit af dat de stichting niet zelfstandig kan besluiten over opheffing van de school (en dat er dus invloed van de overheid is). In beide zaken geldt dat leden van de Raad van Toezicht door de gemeenteraden worden geschorst en ontslagen. In beide zaken is de statutenwijziging onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. In beide zaken is in de statuten opgenomen dat bij ernstige taakverwaarlozing door de voorzitter van het College van Bestuur de gemeenteraad zo nodig bevoegd is om de stichting te ontbinden. Ook op overige punten, lijkt het om vergelijkbare statuten te gaan.

De Rechtbank in Gelderland laat heel zwaar wegen dat er geen overwegende invloed van de gemeenteraad van Apeldoorn is op de samenstelling van de Raad van Toezicht. In de Apeldoornse zaak wordt een derde van de leden van de Raad van Toezicht benoemd door de gemeenteraad op grond van een bindende voordracht door de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, één lid door een bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de overige leden door een bindende voordracht van de Raad van Toezicht zelf. Uit de Rotterdamse zaak blijkt dat de leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de gemeenteraden (net als in Apeldoorn) aan de hand van een door de raad vast te stellen profielschets en dat tenminste een derde, doch geen meerderheid van de leden, wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen. Mogelijk is de wijze van benoeming het essentiële verschil tussen de zaken, maar dat kan alleen goed worden beoordeeld op basis van de statuten zelf.

VO-raad adviseert bestuurders om statuten te laten beoordelen

Op 17 februari jl. heeft de VO-raad aan alle bestuurders in het openbaar onderwijs een brief gezonden om op deze uitspraak te wijzen met het advies om de statuten te laten beoordelen.

Blijft de Apeldoornse uitspraak in hoger beroep in stand?

Dit is echter één uitspraak van één bestuursrechter. De Centrale Raad van Beroep (de hoogste rechter in ambtenarenzaken) moet nog een oordeel geven.

"Zolang niet duidelijk is of deze uitspraak in hoger beroep in stand blijft, of weerklank vindt in uitspraken van andere rechters, is het volgens VOS/ABB een storm in een glas water.”

Aldus de website van de VOS/ABB, de vereniging van openbare en algemeen toegankelijke scholen. VOS/ABB wijst er op dat de statuten in de Apeldoornse zaak zijn opgesteld zoals de wetgever het bedoeld heeft, met voldoende overheidsinvloed. 

Het lijkt mij vooral voor de partijen in de Apeldoornse zaak een vervelende uitspraak. Het ging om een ontslag met ingang van 1 augustus 2014. Bij brief van 13 november 2014 heeft het schoolbestuur het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Op 5 februari 2015 volgt vervolgens geen enkel inhoudelijk oordeel, maar slechts de mededeling dat de medewerker bij het “verkeerde loket” stond.



[1] ECLI:NL:RBGEL:2015:699.

[2] ECLI:NL:RBROT:2012:BY3379.

 
Mr. B. M. (Beatrijs)
Dijkstra
+31 (0)72 515 55 44
+31 (0)72 515 54 93
Dijkstra@rensenadvocaten.nl
Meer over Beatrijs